Tsietsiet voor vrouwen?

Auteur: Chr. Levi Zoutendijk
# tsietsiet voor vrouwen

110_04_0192_BiblePaintingsShalom zuster, We vroegen ons af of het gebod voor het dragen tsitsiet (of:tsi(e)tsiet) (NBG: ‘gedenkkwasten’) ook voor vrouwen (en kinderen) geldt. Bij de Joden dragen alleen mannen die, maar de bewuste tekst in Nu. 15:39 heeft het over ‘kinderen Israëls’ (NBG, Dasberg e.a.), wat op het eerste gezicht voor Am Yisraël lijkt te gelden, voor heel het volk. 

Hoewel ik dit vermoedde lijkt mij dit na wat meer studie toch onjuist. Dit is overeenkomstig het gevoelen van veel vrouwen, die menen dat het niet voor hen geldt. Net als het dragen van lang haar, leert ‘de natuur’ (1Kor) jullie dat mogelijk. En alle mannen moeten zeker tsitsiet dragen; zij zijn immers onder – zelfvervloeking (!) – (bv. De 11:29; Neh. 10:29) een verbond aangegaan met de Allerhoogste, in Jeshua’s bloed.

Nu terug naar die techelet -(hemel)-kleurige draden. Zij zijn dus voor de benee Yisraël. De Joodse Dasberg vertaalde dit echter met ‘zonen Israëls’. Veel rabbi’s lezen dit ook zo (Ik kom nog een keer met een verwijzing). De nadruk bij de term ligt op de zonen, de mannen als vertegenwoordigers van hun families. Een enkele keer worden ook vrouwen gerekend onder deze term, maar als een term bijna uitsluitend voor ‘zonen’ voorkomt (ook een correcte vertaling), zouden we ons naar die regel moeten richten, zoals ik hieronder verder zal bepleiten.

Zelf vind ik het overigens geen bezwaar als een vrouw een enkele tsitsiet aan haar das of ander kledingstuk draagt. Zo ken ik sommige vrouwen die dat doen, en heb eens een Joodse vrouw ontmoet; we herkenden elkaar aan de tsitsiet. Maar stel dat zij verschillende kleuren draagt, of het in het haar draagt, of draagt zoals de man, dan zou dat mijns inziens al snel teveel van het goede zijn. De (mannelijke) Hogepriester droeg ze (ook in efod deze kleur), en als een meisje van 7 die in haar haar draagt, dan doe je naar mijn mening tekort aan het gebod (je ‘vernietigt’ de Torah).


Tsietsiet, Ter Zake

Je vroeg mij, zuster, om ook bij Joodse leraren te informeren. Zowel Uri Marcus als Paul Daniëls zien er geen restrictie in. Paul zei letterlijk: ‘Tsitsiet heeft geen beperking’. Uit Num. 15 blijkt ook niet in de eerste plaats een beperking, maar als het in principe voor mannen bedoeld wordt, moet het dus wel als beperking worden gezien. Een vrouw mag dus tsitsiet dragen (alleen niet zoals de man die draagt), maar het is dus zeker geen mitswot (gebod). En daarmee zeggen deze Hebreeuwse mannen eigenlijk indirect dat het gebod niet voor vrouwen geldt, en zij dus ook zich niet verkeerd doen het niet te dragen.

Het gebod luidt: Nu 15:38: Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Dat zij zich snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen, bij hun geslachten; en op de snoertjes des hoeks zullen zij een hemelsblauwe draad zetten. (SV)

Wat betekent dit ‘kinderen Israëls’ nou precies in de Bijbel? De Schrift heeft voor het volk Israël o.a. de termen gemeente (klal), het Huis Israëls (bayith Israel) en de kinderen Israëls. Ze hebben allen hun eigen betekenis. De laatste komt(toch) veel voor, honderden keren.

De ‘benee Yisraël’ wordt dus op het eerste gezicht vaak als ‘volk’ gebruikt, dus ook voor vrouwen en kinderen. Maar bij nader inzien is hier het woord ‘am’ vaker voor gebruikt (en misschien wel andere woorden, zoals gemeente)

Hieronder zie je hoe benee Yisraël vertaald kan worden. Het kan o.a. zowel “zonen” (g), als kinderen (c),  als volk (g) vertaald worden.

From בָּנָה (H1129)

1)     son, grandson, child, member of a group
a)
 son, male child
b) grandson
c) children (pl. – male and female)
d) youth, young men (pl.)
e) young (of animals)
f) sons (as characterisation, i.e. sons of injustice [for un- righteous men] or sons of God [for angels]
g) people (of a nation) (pl.)
h) of lifeless things, i.e. sparks, stars, arrows (fig.)
i) a member of a guild, order, class


Nu, de eerste keer dat de term gebruikt wordt, is bij de instelling van het verbod op het eten van de heupspier, n.a.v. Ja’akov zijn strijd met de engel. Dat verbod is natuurlijk voor heel Israël, de vrouwen en kinderen incluis (Gen 32:32).
Een ander zulks vers is: De gehele vergadering der Israëlieten (benee Yisraël) brak daarna op uit de woestijn Sin, trekkende van pleisterplaats tot pleisterplaats naar het bevel des HEREN, en legerde zich te Refidim, maar daar was geen water voor het volk (am) om te drinken. (Ex. 17:1).
Je ziet hier een parallelisme in het volk en de Israëlieten. Maar er staat wel ‘vergadering’ voor, wat de gemeente inhoudt. Dit moet daarom volgens mij gelezen worden als: de gemeente onder leiding van de verantwoordelijke zonen van het land (parafrase).

Een andere keer echter wordt deze term als ‘zonen Israëls’ vertaald (NBG), wanneer zij uit Egypte wagens mee moeten nemen “voor uw kinderen en voor uw vrouwen” (om naar Jozef te komen). Hier is duidelijk te zien dat de term voor enkel mannen gebruikt wordt, met een nadruk op familiehoofden. Dat is bijvoorbeeld ook zo in Ex. 13:2, waar de eerstgeborenen (jongens) aan Hem worden toegewijd. Dit gebruik komt bijna altijd voor: de term moet dus echt begrepen worden voor familiehoofden.

We hebben hier dus naast een voorbeeld voor impliciet algemeen gebruik van de term (m/v), vooral melding gemaakt van het gebruik voor alleen mannen. Dat doet de vraag rijzen: Is er ook een voorbeeld waar het expliciet voor beide geslachten gebruikt wordt ofwel voor alleen vrouwen? Ja, er zijn nog enkele verzen, waaruit blijkt dat de term benee Yisraël, toch geldt voor mannen én vrouwen. Maar niet alléén voor vrouwen! Enkele meer expliciete verzen van het gebruik van de term voor mannen en vrouwen (dan bij het verbod op het eten van de heupspier), zijn:

Alle mannen en vrouwen, wier hart hen drong om iets te brengen voor al het werk dat de HERE door Mozes geboden had te maken – de Israëlieten (benee Yisraël)brachten het als een vrijwillige gave voor de HERE. Ex. 35:29
Toen het volk dit kwade woord hoorde, treurde het en niemand deed zijn sieraad aan. (…)En de Israëlieten (benee Yisraël) onthielden zich van sieraad, van de berg Horeb af (Ex. 33:6)

Conclusie

Dat de term kinderen Israëls bijna alleen gebruikt wordt voor de familiehoofden, en maar enkele keren voor heel het volk, wijst erop dat de term toch over mannen gaat.

Dat het soms ook gebruikt wordt voor man én vrouw, is te verklaren uit het Hebreeuwse denken de daarbij horende grammatica. We leerden eerder dat als je een groep vrouwen beschrijft, waar maar één man zich onder bevind, deze groep toch mannelijk aangemerkt wordt. Hetzelfde is hier in zekere zin het geval: al wordt er soms een gemengde groep aangemerkt, het gaat toch over de zonen.
Maar over het algemeen gaat het dus alleen over mannen in de andere verzen (bestudeer zelf evt. verder).
Het Hebreeuwse (Bijbelse) denken, stelt de man ook aan als hoofd van de vrouw. Hij heeft de taak zijn vrouw te beschermen en zijn kinderen op te voeden (Ef. 6:4). Hij moet dus in zekere zin de meeste mitswot vervullen, en moet hier aan herinnert worden door middel van de tsitsiet.

Een equivalent van dit aanspreken van de zonen Israëls (ik volg nu Dasberg), komt men bijvoorbeeld tegen bij Kefas (Petrus), die uitroept: “Mannen broeders, het Schriftwoord moest in vervulling gaan … (Handelingen 1:16).


Een term als ‘Kinderen Sions’ schaart man en vrouw wel als gelijken, zoals ze in wezen in het geloof ook zijn. In psalm 149 komt dit mooi naar voren, waar zoiets typisch vrouwelijks als de tamboerijn en zoiets typisch mannelijks als de oorlogsvoering onder dezelfde term wordt genoemd.

Halleluja. Zingt de HERE een nieuw lied, zijn lof in de gemeente der vromen. Israël verheuge zich in zijn Maker, laten DE KINDEREN SIONS juichen over hun Koning; laten zij zijn naam loven met reidans, Hem psalmzingen met tamboerijn en citer. (…) De lofverheffingen Gods zijn in hun keel, een tweesnijdend zwaard is in hun hand, om wraak te oefenen aan de volken, bestraffingen aan de natiën; (…)

Hier komen de twee weer samen, maar het gaat wel over de toekomende tijd in het hemelse Jeruzalem, waarin we als engelen zijn, niet meer zullen trouwen, en het sekseverschil (bijna) niet meer bestaat. Tot die tijd zijn mannen de ‘zonen Israëls’ die grote verantwoordelijkheden hebben gekregen om in de eerste plaats de scepter van de Torah te bewaren.

Maar nu kunnen ook vrouwen profeteren en bijvoorbeeld een Nazireeërgelofte afleggen (Hand. 21:9; Nu, 6:2). Alleen zouden ze mij inziens (toch) niet de tsitsiet mogen dragen als de man.

2 gedachten over “Tsietsiet voor vrouwen?”

  1. Schiet met net te binnen.
    Als man het hoofd is, is vrouw ondergeschikt man,die Torah onderhoudt.
    Als man niet Torah onderhoudt,mag,denk ik vrouw tailliet dragen en naleven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Yeshua de Messias is de belichaming van de Torah