Toraverkondiging onder christenen

Jesjoea Jesjoea-verbeterdRegelmatig deel ik het foldertje ‘Een andere Jezus’ uit. Vaak wordt ik daarbij verhinderd door mensen die toch Jezus belijden – de eerste keer werd ik bijna in de gracht geduwd (Delft).
(
Uit die gemeente in Delft is overigens wel een Messiaanse groep ontstaan, prijs Jahweh!)

Wat te denken van die weerstand? Een korte studie.

Beslist zelf, of het recht is voor God, meer aan u dan aan God gehoor te geven; want wij kunnen niet nalaten te spreken van wat wij gezien en gehoord hebben. (Handelingen 4:19-20)

Lees ook: Project: Een andere Jezus / Hoe bereiken we onze christelijke vrienden?

Tempel- en straatevangelisatie onder apostelen

Hoe bewezen de apostelen uit de Tora dat Jesjoea Messias is?
Zij ‘waren allen eendrachtig bijeen in de zuilengang van Salomo’ (Hand. 5:12).
De tempel was in die tijd het epicentrum voor geloofsbeleving, wat nu te vergelijken valt met de (grotere) evangelische (en deels kerkelijke) gemeenten, die Nederland rijk is. 

De apostelen leerden uit de Tora dat Jesjoea Messias is. Andersom kunnen wij met Jesjoea’s uitspraken bewijzen dat de Tora nog geldt.

De apostelen leerden in de tempel ‘het volk’ (Hand. 4:2), die zij dáár konden bereiken. De latere apostel Sjaoel (Paulus) zou buiten Jeruzalem ook eerst telkens synagoges bezoeken en daar – indien mogelijk – het ware evangelie brengen (Hand. 18:4). Daarnaast ging hij ook de markt op. Een voorbeeld:

‘En terwijl Paulus te Athene op hen wachtte, werd zijn geest in hem geprikkeld, toen hij zag, dat de stad zo vol afgodsbeelden was. Hij hield daarom in de synagoge samensprekingen met de Joden en met hen, die God vereerden, en op de markt dagelijks met hen, die hij er aantrof’ (Hand. 17:16-17).

De eerste evangelisatie vond natuurlijk plaats in Jeruzalem tijdens Shavu’ot, het wekenfeest (‘Pinksteren’). Dit Bijbelse Feest vormde de achtergrond. Op dezelfde wijze vormen christelijke feesten als Pasen of evenementen als Opwekking een uitstekende kans om de Gods wil inzake Toragetrouwheid te verkondigen.

Sjoel

Overigens, in de hedendaagse sjoel is het gebruikelijk om bezoekers aan te bieden een lering uit de Tora te geven. Wellicht was dit indertijd ook al het gebruik. Hierdoor konden Joden elkaar leren uit de Tora.

In de verzuilde christelijke kerken is dit helaas moeilijk voor te stellen. Men treft je vaak al sneller met de ban dan sommige traditionele Joden dat in vroegere tijd (en tegenwoordig vaak slechts in beperkte mate) dat deden.

Oorzaak is dat christenen hun identiteit vaak lijken te ontlenen door de gemeente die zij bezoeken en de leer die er verkondigt wordt, terwijl de Bijbel in feite slechts één gemeente kent: het lichaam van Jesjoea.

We zien dus dat er plaats en gelegenheid was om een leer te brengen, die daarna getoetst werd. Een welbekend schoolvoorbeeld vormen de Joden in Berea, die zich gunstig onderscheidden ‘daar zij het woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen of deze dingen zo waren’ (Hand. 17:11). Sjaoel schreef dan ook: Dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede (1Th. 5:19-21).

Ook nu nog is er de mogelijkheid om op evenementen, of bij gemeenten (desnoods op de stoep) en op de markten  in alle vrijheid mensen te wijzen op het ware evangelie, waarin Messias centraal staat en de Tora tot zijn recht komt, als ‘sleutel der kennis’ (Lu 11:52) en hetgeen waarop het aankomt (Rom. 2:18).

Hiervoor is een Bijbels denkkader nodig, die ‘nieuwe’ leringen van harte wilt onderzoeken. De Geest dringt hier op aan, het is aan de gelovigen om hieraan te gehoorzamen.

Neem contact op als u zelf wilt folderen (u kunt een bundel toegestuurd krijgen) of het project wil steunen.

Een ander evangelie?

Helaas lijkt het volgende zich telkens weer af te spelen: ‘Broeders’ die zich bovenmate verantwoordelijk voelen voor de ‘bescherming’ van hun gemeente, verhinderen deels dat folders worden uitgedeeld, zonder dit overigens met oudsten of een voorganger af te stemmen. Voordat zij verschijnen, neemt 80-90 procent van de mensen de folder aan. Maar wanneer zij gemeenteleden waarschuwen de folder niet aan te nemen, daalt dit percentage toch drastisch, voornamelijk uit angst.

Zij plaatsen hun lichamen tussen de folderaar en de uitstromende gemeente. Zij rukken soms de folders uit de handen, en denken God hiermee een heilige dienst te bewijzen (vgl. Joh. 16:2).

Een voorganger kan dit gedrag weliswaar veroordelen, maar kan hun reactie ook ‘goed begrijpen’. Deze slappe houding strookt niet met het gebod: ‘Gij zult alleen gerechtigheid najagen’ (Deut 16:20). Ook menen zij soms dat gemeenteleden de folder niet hoeven te toetsen, omdat de leraren dit al deden. Hiermee maken zij zich een middelaar tussen Jesjoea en de mensen.

Bovendien durven voorgangers die de zondag houden nog te stellen dat zij de Tora wel onderhouden; zij weten niet waar ze het over hebben… Dit kan overigens zomaar gebeuren in een gemeente waarin een prominent schrijver binnen de Messiaanse gemeente nog diensten bijwoont. Uit hun reactie blijkt wel, dat zelf zo’n gemeente niet licht de Tora zal omarmen; de benodigde paradigmaverschuiving lijkt veel te groot.

Er zou ook alleen onder ongelovigen gefolderd moeten worden, beweren zij. Maar riepen niet ook de apostelen medegelovigen op om zich te bekeren op hun weg?

De meeste evangelische gemeentes verkondigen een ander evangelie. Niet omdat zij leren dat je door het doen van de Torageboden behouden wordt (vgl. Gal. 1:6-8), maar juist omdat zij leren dat men zonder rechtvaardig (naar de Tora) te wandelen, toch zonder meer aangenomen zal worden. Jesjoea zei hierover:

‘En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid (Toraloosheid)’ (Mattheus 7:23).

De Messias zal ieder naar zijn geloof én Toragetrouwheid beoordelen!

Zij dan gingen uit de Raad weg, verblijd, dat zij verwaardigd waren ter wille van de naam smadelijk behandeld te zijn;  en zonder ophouden, iedere dag, leerden zij in de tempel en aan huis, en verkondigden het evangelie, dat de Christus Jezus is. (Hand. 5:41-42)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.