Reisverslag Auschwitz & Mars v.d. Levenden

Ik bezocht met een groep Joodse jongeren Auschwitz en andere doodskampen onder leiding van D’vorah, een orthodox-Joodse Israëlische vrouw.

We liepen samen met een overlevende de de 25e Mars van de Levenden (organisatie / ontstaan). Een verslag met o.a. een geluidsfragment. 

Bekijk ook deze websites en andere foto’s van de reis.

Auschwitz was een fabriek. Het terrein is van Auschwitz-II, waar de barakken stonden, is verschrikkelijk groot. Zo ver het zicht reikt, zag je barakken, wachttorens en prikkeldraad. Het was onwezenlijk voor de groep om hier te zijn. Velen hadden meerdere of vele familieleden hier verloren. Nu liepen we langs de treinrails en ieder had zo zijn gedachten.

We waren op bezoek met een Shoa-overlevende, Ernst, een zeer beschaafde en vriendelijke man, die al meer jongelui meebracht om het getuigenis van de doodsfabrieken kracht bij te zetten.

Het gaf inderdaad een geheel andere dimensie door deze overlevende bij ons te hebben. We stapten uit bij een zijweg en kwamen bij een verlaten goederenwagon, waar hij begon te vertellen. Hij had in Westerbork al gehoord dat men bij aankomst veelal vergast werd en daarom smeekte hij een bewaker om zijn leven.

Daarop riskeerde hij zijn leven door van rij te verwisselen om te werk gesteld te worden in Auschwitz-I. Ondanks veel moeilijkheden overleefde hij, al verloor hij veel familie. Het was zeer indrukwekkend, de stilte daalde snel in deze groep neer, die al zo vaak met de oorlog geconfronteerd was. De doel van de reis verwoordde Ernst aldus:

Ik moest denken aan een vriend van mij (ter ruste gegaan in 2016), die ook hier heeft gezeten en het overleefde.

Op het terrein

Op het terrein zal ieder zo zijn gedachten gehad hebben. Ik probeerde mij voor te stellen hoe het allemaal gegaan zou zijn. De verschrikking was eigenlijk niet gelijk terug te zien. Aan een dode nazi zie je ook niet gelijk de terreur terug die hij pleegde. Af en toe kwamen we deze week groepjes Joodse ouderen tegen, die vaak in huilen uitbarstte. Dat maakte bracht alles ook dichterbij. Op deze plaats waren meer dan een miljoen mensen vermoord. Velen stierven met het Shema (de Bijbelse geloofsbelijdenis, De. 6:4) op hun lippen. Velen waren rechtvaardig en Godvruchtig.

Het landklimaat van Polen was ’s winters verschrikkelijk koud. Onlangs was een documentaire te zien, Pizza in Auschwitz, waarin een overlevende zijn kinderen een nacht liet doorbrengen in Auschwitz. Hij wilde hen zo graag laten voelen hoe het geweest moest zijn. Maar dit valt haast niet uit te leggen. Wij liepen dan niet met -20 Celsius, maar probeerde ons het toch in te denken. Later zouden de tranen komen, in het zogenaamde Nederlandse paviljoen in Auschwitz-I, waar een namenwand staat.

D’vorah, onze gids, deed haar werk goed . Zoals altijd bracht zij met dagboekfragmenten en andere bronnen de herinnering van het kwaad dat was geschied tot leven. Wat mij het meest aangreep was het haar dat gebruikt werd door de nazi’s en de opschriften van verschillende ruimtes in een sanitair gebouw. Duitse handgeschreven letters boven de deuren gaven zo de verschillende vertrekken weer. Dit waren voor mij de meest levende bewijzen van het kwaad dat was geschied. 

We kwamen ook bij een ingestorte gaskamer. Uiteindelijk kwamen we bij een plek waar het as van de verbrande lichamen werd gestort. Men kon vroeger in het kamp de lucht van verbrande lijken ruiken. Een klein meertje bleek de laatste rustplaats te zijn. Toch zijn nabestaanden vaak blij met deze plek, als laatste afscheidsplaats. Onze reisleiders hadden het hier niet meer. De volgende dag zouden we hier terugkomen om de ‘Mars van de Levenden’ te lopen, waarover ik straks nog schrijf.

Eerder die week 

Warsawa

Auschwitz was niet de enige plek die wij bezochten. Wij zagen onder andere de restanten van het Joodse ghetto in Warsaw (Warschau). Er rest nu een kleine Joodse gemeenschap in het nog overwegend anti-Semitische Polen. Aandacht was er ook voor Joden die lange tijd na hun onderduik nu ontdekken dat zij Joods zijn. Dit was een nieuwe ontwikkeling. Ik had ook verteld dat ik een Joodse overgrootvader moest hebben. De verzorgers bij de reis zeiden dat dit onder een ‘Joodse achtergrond’ valt, waarna ik mij nog meer welkom wist. Ik had eerder gebeden dit monster Auschwitz eens onder ogen te zien. De groep accepteerde me ook, toen ik duidelijk maakte dat ik Gods volk lief had.

Ik heb groot respect voor deze groep. Een (kleine) klas van het Maimonides (school) ging mee, benevens een aantal twintigers. Het mooiste wat ik van hen zag, was toen zij met hun voorgeslacht werden geconfronteerd op de namenwand in Auschwitz en hoe zij hiermee omgingen. Daarnaast onderzocht ieder van hen zichzelf en maakte na de reis goede voornemens.

Ik denk met veel bewondering naar hen terug en wens ze van harte Gods zegen toe. Ik genoot erg van het Joodse gezelschap, al was ik deze reis nogal gesloten. Ik vind het een bijzonder volk, en ik begrijp dat God hen speciaal liefheeft. Hij heeft hen verkozen omwille van Abraham, maar Hij leidt ze van jongs af aan met Zijn geest, waardoor velen gevoeliger zijn om het rechte pad te bewandelen, meen ik.

In Warsaw was het koud de eerste dag en wij leerden (weer) van de verzetsstrijd aldaar. De Joden kwamen in de laatste dagen in opstand. Ik had ‘The Piano’ kort daarvoor gezien, en ik kon me inleven. In Yad Vashem is het Joodse ghetto ook nagebouwd. Ik krijg weer tranen als ik eraan denk: op een kleine oppervlakte waren vele duizenden opeengepakt, werden ziek en stierven – of werden weggevoerd. Rabbi’s, huismoeders, arbeiders – kinderen. De wereld(leiders) keken toe en deden niks.

Eén van de deelnemers’ grootmoeder was over de ghetto muur gegooid als baby, om zo aan de ondergang te ontsnappen. Zij vertelde hierover, wat ons allen natuurlijk zeer raakte. Zij had hieraan haar leven te danken. We gingen daarna naar een grote Joodse begraafplaats, die bewaard gebleven was. Je zag op de graven de beroepen van de rustenden. Ernst kwam ons daarna tegemoet met de zoon van een man die hem hielp redden.

In Warsaw bezochten we nog een laatste huizenblok van het ghetto. De Polen hadden dit tenminste bewaard, maar er woonden wel mensen. We konden even kijken. Op de voorgevel van die wijk waren tekeningen gemaakt (foto). In Warsaw bezochten we nog een muur van het ghetto en een mooi monument op de Umschlagplatz, waar men de trein in werd gedreven. Het was een wit monument, met de blauwe strepen van de talliet. Joden worden in hun talliet begraven, en zo bleek het monument een waardig herinneringsteken.

In ons hotel waren honderden Joodse jongeren uit heel de wereld. Dat was erg leuk om te zien. Je zag ook hoe cultuur de mensen vormt, maar de Joodse ziel stak daar duidelijk bovenuit. Deze reizen werden o.a. gefinancierd door een Shoa-overlevende die miljardair geworden was, door allerlei andere fondsen en particulieren. Later zou bij de Mars de premier van Israël een videoboodschap brengen.

Treblinka

Toen nazi-Duitsland de Sovjet Unie aanviel, bereikten de tentakels van het kwaad vele miljoenen Joden. De massamoord begon in 1941. Een half miljoen Joden werden door zgn. einsatzgroepen geplunderd en vermoord. Later ging men op massavernietiging in de kampen over. Op weg naar Treblinka en andere bestemmingen keken wij telkens films over de Shoa of kregen wij nieuwe informatie.

Het eerste doodskamp dat wij bezochten was in de bossen en er was niet veel meer van over. Men had er een monument van gemaakt, wat mij echt raakte. Er waren honderden stenen geplaatst voor alle Oost-Europese Joodse gemeenschappen die vernietigd waren.

 

Eerder die dag bezochten wij zo’n gemeenschap, de oude synagoge en het bos in de buurt  waar men was vermoord. Dit deed ons beseffen hoeveel Joden niet vermoord zijn. We lazen in dit kamp nog berichten die een andere gemeenschap achtergelaten had op de muren van hun sjoel, in de wetenschap dat zij die dagen uit hun dorpen weggerukt en vermoord zouden worden. Ieder kreeg een citaat en ik las één van een Jood die over hun onschuld uitriep. De groep was al één geworden en soms hield ik gepaste afstand, omdat ik geen familie verloren had.

Majdanek

De dag erop bezochten wij dit kamp, dat vlak buiten de stad lag. De Poolse bevolking zou de Duitsers vaak geholpen hebben. De gaskamers en verbrandingsoven waren nog te zien. Het kamp was plopherbouwd. Wat me hier opviel was het schrille contrast tussen de ashoop van de vermoorde Joden en het hiernaast liggende Christelijke Kerkhof, dat er ‘keurig’ bij lag. Dit deed mij herinneren aan het bloed aan Christelijke handen, het anti-Semitisme dat zo in de kerkelijke theologie is geraakt, terwijl de eerste gemeente één was, onder leiding van Joden en waar men zich nog richtte op Gods eeuwige Levensleer: de Tora.

Verder kon ik een-en-ander niet echt tot mij door laten dringen. Ik sloot me die dag nog wat af, waar ik in Auschwitz later wel het mijn hart liet raken. Ik bekeek de portretten van de kampbeulen en je zag het kwaad in de ogen. Men liet de gevangenen loodzware voorwerpen dragen en men bestraatte het kamp met Joodse grafstenen. Uiteindelijk pleegde men verzet in het kamp.

’s Middags gingen we nog naar het nabijliggende Lublin, waar men de Tora bestudeerde en waar het Chassidisme sterk leefde. We zongen er nog in een grote Yeshiva. Later in de avond praatte we zoals elke dag over onze ondervindingen. Ik sliep met een allerbeste jongeman – Daniël, twintiger – op de kamer, met wie ik toch wat bevriend mee raakte. Ik zal hem nooit vergeten en ben voornemens hem op te zoeken als hij aliyah maakt.

In de bus keken we ook een film over de rol van Christenen. De man die Zyklon-B hielp te ontwikkelen, kreeg berouw en informeerde via een gelovige de paus. Die achtte de zaak echter van ondergeschikt belang. De gelovige die dit nieuws bracht, verkoos toen een zogenaamde Jodenster te dragen en kwam om in de kampen. Dit is een waargebeurd verhaal. De Polen die we nu en dan tegenkwamen, waren soms nors. We hadden constant een beveiliger bij ons wegens het gevaar van een aanval.

Krakovia

We waren nu in Krakovia (Krakau), dichtbij Auschwitz, waarover ik hierboven al schreef. Die middag en de volgende dag zouden we naar Auschwitz gaan. Het stadje heeft een jaarlijks Jiddisch festival. Mensen houden vooral van dode Joden, lijkt het soms. We liepen richtingen het ghetto van Krakau, waar de geschiedenis van Schindler’s List ook zich afspeelde.

We kwamen in deze stad nog in een sjoel bij een bijeenkomst van andere Joodse jongeren. Er werd gezongen en het was een heel mooie sjoel. We eindigden op een plein waar men verzameld en weggevoerd was. Een omschrijving van een Joodse man die dit zag gebeuren, beschreef hoe de soldaten de mensen vernederden. Toen gingen we naar Auschwitz. We kwamen langs de heuvel waar Schindler in de film het kamp overzag en begon te twijfelen over zijn gedrag. Wat ik die dag in Auschwitz zag en voelde, schreef ik hierboven al. Ik bedacht me in Auschwitz die dag ook nog dat mijn overgrootvader waarschijnlijk gelogen had over zijn afkomst, en dat ik anders misschien niet geboren was.

Later die avond hadden we een eigen bijeenkomst met Engelse Joden van March of the Living. We moesten even wachten en men begon alvast te zingen, wat een eensgezindheid en vrijheid was er daar toen! Een jongen uit mijn groep vertelde dat hij nog veel meer ‘gewend’ was door allerlei jongerenprogramma’s. Prijs God dat Hij zo goed voor zijn volk zorgt!
Een Engelse miljonair vertelde nog die avond dat hij graag financieel bij had gesprongen.

Mars van de Levenden

We kwamen aan in Auschwitz-I, waar niet de eigenlijke barakken staan. We liepen naar het kampterrein in een 45 minuten, samen met Joodse jongeren uit wel 50 landen. De sfeer was onwezenlijk in het kamp en opwindend tegelijk. We zaten in een doodskamp, maar leefden en vierden de overwinning op de dood! Er gebeurde ook weer een wonder toen Ernst een nazaat van een bekende uit het kamp tegenkwam. De avond ervoor had ik met Ernst nog een kwartier aan de bar gepraat over het leven.

In het Hollands paviljoen zocht men de namen van familie op. Hier kwam de harde realiteit weer naar boven: dit zijn Joodse jongeren waarvan het voorgeslacht nagenoeg was vermoord. En het ging voor hen allen nog maar meer leven. De reisleider sprak met schokken en beven het Kaddisj uit, waarna iedereen huilen moest. Daarna hadden we op de stoep van dit paviljoen een herdenking van de vermoorden.

De dag ervoor dankte ik God dat ik bij deze groep zijn mocht. Ook nu zag ik in hoe groot het verlies voor hen was, en dat de wonden van een derde generatie nog vers kunnen zijn.

Na een paar uur gingen we lopen in een lange stoet, met borden van de landen. Ik voelde me erin opgaan. De Joodse jongeren vonden het bijzonder dat de mensen van Christenen voor Israël mee wilde lopen, en per se achteraan lopen wilde. Ze bespraken of zij dezelfde God diende. Bij aankomst plaatsten wij kaarten ter herinnering van familieleden. Ik plaatse een kaart voor een overlevende vriend en zijn familie.

Toen kwam een herdenking met bevrijden, bevrijders e.a. onder leiding van Chaim Potok. Deze was plechtig en goed. Zie hier een volledig video-verslag van deze bijeenkomst. ’s Avonds praatten we weer na. Ook voor en na de reis kwamen we samen in Amsterdam om te praten. Het was uitstekend en voor velen was het een levensveranderende reis geweest.

Ik ben heel dankbaar dat ik de onmetelijke diepte van het lijden van het Joodse volk nu beter begrijp, zodat ik beter voor hen en voor God kan strijden op verschillende gebieden. De reis heeft mij bovendien op verschillende manier opengebroken en thuis doen komen.

Bekijk hier Elie Wiesel op de March of the Living 1990
Bekijk een docu van CvI over een Shoa-overlevende

N.B. In deze maanden van 2012 (G.J.) ging ook opiniemaker Maurice de Hond op zoek naar het experimentenblok, waarin zijn moeder vast zat. Daarnaast noemde  een Joodse journaliste Auschwitz in een documentaire ‘een circus’ of iets dergelijks, waar ik het niet mee eens ben. En tijdens een internationaal voetbaltoernooi bezochten verschillende ploegen het kamp. Ook Gideon Levy jaagt op t.v. op bejaarde nazi’s. De oorlog is in deze dagen nog niet vervaagd. Ook flikte het 5 mei-comité haast een gedicht over een oorlogsmisdadiger voor te laten lezen.