Preken moeten vooral uitgaan van het goede

Auteur: Chr. Levi Zoutendijk 

Veel preken gaan er toch vanuit dat de gemeente in bewuste ongehoorzaamheid leeft, terwijl onze geliefde Paulus (Sha’ul) dit niet deed. Preken moeten vooral van het goede uitgaan…

God wilt ons zegenen: JHWH zegene u en behoede u, JHWH doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig; JHWH verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede. Zo zullen zij mijn naam op de Israelieten leggen, en Ik zal hen zegenen.

Paulus vermaande hen weliswaar als het nodig was, maar de liefde deed hem altijd het goede doen hopen. En als het echt goed ging met een gemeente, hield hij zijn ‘eerbetoon’ niet af: “Ik heb echter, mijn broeders, zelf al de overtuiging van u, dat gij zelf reeds vol van goedheid zijt, vervuld met al de kennis, in staat ook elkander terecht te wijzen. Toch heb ik u hier en daar bij wijze van herinnering ietwat vrijmoedig geschreven…” (Ro 15:14-15a)

Ook tegen volksgenoten die niet to Jeshua waren gekomen zegt hij: ‘Ik ben een Jood, te Tarsus in Cilicië geboren, doch in deze stad opgevoed, aan de voeten van Gamaliël opgeleid met nauwgezette inachtneming van de wet onzer vaderen, een ijveraar voor God evenals gij allen heden zijt’ (Hand.22:3).

Zelfs aan de gemeente in Korinthe, die hij veel moest vermanen, begint hij:
 “Ik dank God te allen tijde over u, vanwege de genade Gods, die u in Christus Jezus geschonken is; want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem: in alle woord en alle kennis, gelijk het getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is, zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus. Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Here Jezus Christus.” (1Co 1:4-7)

Men wordt vooreerst als een nieuwe schepping gezien:
 “Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.” (2Co 5:17)

“Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Christus Jezus. Zo van u allen te denken spreekt voor mij dan ook vanzelf, omdat ik u op het hart draag, daar gij allen, zowel bij mijn gevangenschap als bij mijn verdediging en bevestiging van het evangelie, deelgenoten zijt van de mij verleende genade. God toch is mijn getuige, hoezeer ik met de ontferming van Christus Jezus naar u allen verlang.” (Php 1:6-8)

“Voorts dan, broeders, vragen wij en vermanen wij u in de Here Jezus, dat gij, zoals gij van ons vernomen hebt, hoe gij moet wandelen en Gode behagen, zoals gij ook inderdaad wandelt, dat nog meer doet.” (1Th 4:1)

“Wij behoren God te allen tijde om u te danken, broeders, zoals gepast is, omdat uw geloof zeer toeneemt en uw aller liefde jegens elkander sterker wordt, zodat wij zelf over u roemen bij de gemeenten Gods, vanwege uw volharding en uw geloof onder al uw vervolgingen en de verdrukkingen, die gij doorstaat: een bewijs van het rechtvaardige oordeel Gods, dat gij het Koninkrijk Gods waardig geacht zijt, voor hetwelk gij ook lijdt,” (2Th 1:3-5)

“Kinderkens, laat niemand u misleiden. Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is;” (1Jo 3:7)
“Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad Gods blijft in hem en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.” (1Jo 3:9)
“Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God, en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor zijn aangezicht.” (1Jo 3:21-22)

Sha’ul schrijft wel in Rom. 6:12 “Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen,” (Ro 6:12), maar dit moet bezien worden in de opzet van de brief, die hij schrijft als aan een nieuw-gelovige, die hij de grondbeginselen uitlegt.

Verder lezen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Yeshua de Messias is de belichaming van de Torah