Plaatsbekledende kracht naar Goddelijk recht

Isaäc da Costa: ‘Duidelijk kon de plaatsbekledende kracht der offerande van Christus wel niet worden geleerd [dan door het Pesachlam]. Trouwens geheel de Schrift leert deze plaatsbekleding. In de plaats van Isaak werd de ram geslacht; in de plaats der eerstgeborenen werden de Levieten door God gesteld; voor de vrij gaande bok werd de ander geslacht, en in al de offeranden werd het onschuldige dier gesteld in de plaats van de schuldige mens. Neem deze waarheid uit de offerdienst weg, en welke en redelijk zin blijft voor haar over?

Zeker, het menselijk recht erkent alleen de betaling van geldschulden door een borg voor even geldig, alsof zij door de schuldenaar zelf geschied ware; doch waarom zou het Goddelijk recht, dat als zodanig geen andere dan zedelijke schuld kent, niet de voldoening van zedelijke schuld door een borg voor even geldig kunnen erkennen, alsof zij door de zondaar zelf geschied ware? Kennen wij het Goddelijk recht zo volkomen, om dit voor volstrekt onmogelijk te durven verklaren?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.