Opperherder Jesjoea en zijn schapen

Een gelovige herder schreef over zijn herderschap en over hoe schapen zijn. Dit leert ons onze Opperherder Jesjoea beter te begrijpen; zijn inspanningen om ons in rechte sporen te krijgen.

“Hij is de goede herder, de begrijpende Herder, de bewogen herder, die met zijn onbegrijpelijke volharding de mens opzoekt om hem van een wisse ondergang te redden en hem weer op de been te helpen.” – (Hoe een herder Ps23 ziet – P. Keller).

Dan zal Ik een herder over hen aanstellen, die hen weiden zal: mijn knecht David. Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn. Ik, Jahweh, zal hun tot een God zijn, en mijn knecht David zal Vorst wezen in hun midden. Ik, Jahweh, heb het gesproken. (Ezechiël 34:23-24)

Een schaap zonder herder eigenlijk niet af; het bewandelt steeds dezelfde paden, vreet dan alles kaal en kan zichzelf niet verzorgen, laat staan zichzelf beschermen. Het heeft een goede herder nodig. Denk hier maar aan: ‘Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, zoals schapen die geen herder hebben.’ – ‭‭Mattheüs‬ 9:36

Een schaap gaat dan ook eigenlijk alleen ‘rustig nederliggen’ als de herder hem hiertoe in staat stelt: “Gij doet mij nederliggen..” Dit doen zij alleen als aan alle voorwaarden is voldaan:

1) De herder moet in de buurt zijn. De schapen kennen de herder en weten dat ze gekend zijn (Joh10) – zijn aanwezigheid maakt hen rustig, ook onderling is er dan geen rivaliteit (vergelijk de werking van Gods Geest).

2) Het schaap moet verzadigd zijn. Grazige weiden zijn niet makkelijk te vinden in de dorre gebieden waar schapen het liefst leven. Ook wij moeten in de huidige boze wereld zoeken naar ‘hetgeen van boven’ is. Er moet ook genoeg vocht in het lichaam zijn (een overgave om te drinken uit Zijn bronnen).

3) Er moet bescherming zijn tegen wilde beesten (vgl. de Satan) en ziekteverwekkers (vgl. de uitwerking van onze eigen zonden).

Een goede herder is herdelijk, dat is: hij weidt en hoedt de schapen. Om dit te doen, zet hij zijn leven in voor zijn schapen (Joh10). Hij is toegewijd; altijd in de weer met het wel en wee van de schapen. Hij maakt grazige weiden klaar (zeer zwaar werk) en stippelt routes uit naar natuurlijke weiden. Hij houdt de schapen altijd in het oog en verzorgt ze, maar ook ’s avonds slaapt hij met één oog open om de wilde dieren voor te zijn.

Elk schaap wordt zachtkens geleid. De schapen houden ook van die extra aandacht. De staf – een lange, dunne stok met een krul aan het eind – kan het schaap leiden of redden, en brengt een lammetje voorzichtig terug bij de moeder.

Hij zal als een herder zijn kudde weiden, in zijn arm de lammeren vergaderen en ze in zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden. (Jesaja 40:11)

Krijgt een schaap teveel wol (een beeld voor ego), dan kan het – zeker met wat modder erbij – eens plompverloren omrollen, waardoor het niet meer overeind komt. De herder laat alle negenennegentig dan achter voor dit ene schaap.
Schapen die zich in de groep teveel willen laten gelden, of anderzins fout gaan – bijvoorbeeld door ergens te knabbelen waar gevaarlijke onkruiden staan – worden gecorrigeerd, ook wel met de stok, een soort knots, die met beleid naar hun geslingerd wordt.. Maar dit altijd ten goede voor het schaap.

Deze instrumenten vormen een verlengstuk van de herder, een ‘uitgestrekte arm’; net zoals Gods Geest de uitvoerende macht van God is, Zijn ‘uitgestrekte arm’. Jesjoea heeft de volledige inwoning van Gods Geest en kan ons zo leiden, in het bijzonder als hij als terugkomt en als vorst zal regeren.

Psalm 23

Om de groenste plekjes te vinden, moeten ze in de zomer hogerop klimmen en die tocht gaat vaak door ‘donkere dalen’; een minder steile tocht. Daar liggen de gevaarlijke roofdieren vaak op de loer. En aangekomen op een plateau, een tafelberg van groene weide, legt de herder een dis (maaltijd) aan voor de ogen van wie de schapen willen benauwen.

Gedronken wordt onderweg van ‘rustige wateren’. Maar in dorre gebieden hebben ze maandenlang genoeg aan alleen de morgendauw. Zo verkwikken wij ons ook dagelijks aan zijn Woord, zonder elke dag Hem werkelijk te hoeven horen spreken.

De kop moet wel regelmatig gezalfd worden met olie, tegen de ziekteverwekkers. Zo moeten wij onze gedachten telkens behoeden.

Schapen blijven wel kuddedieren en wij behouden een slechte aandrang. Gelovigen laten zich vaak door verkeerde herders leiden, en raken als kudde snel om het minste zo verschrikt.

Hij die ons uitnodigde te luisteren naar zijn stem en ons in de schaapskooi bracht – waar de Tora wordt geleerd -, werd zelf als een schaap geslacht. Laten wij ons dan als tevreden schapen weiden en hoeden door de Goede Herder.

Citaat: Dit is namelijk lang niet algemeen bekend, dat veel van de landen, waar de schapenteelt een grote bron van inkomsten is, droge en half onvruchtbare gebieden zijn. Hier gedijen de meeste schapensoorten het beste. In een droog klimaat zijn ze minder vatbaar voor ziekten en parasieten. Maar in diezelfde gebieden is het zeker niet vanzelfsprekend dat men er voldoende groene weide vind. Israël bijvoorbeeld, waar de kundige herder David zijn psalmen dichtte en de kudde van zijn vader hoede, vooral in de omgeving van Bethlehem, is een droog en bruin verdord woest land. groene weiden kwamen niet zomaar voor. Nee, zij waren het resultaat van bijzonder hard werken en van vakkennis in landbewerking en landgebruik. Groene weiden ontstonden daar alleen door het ontginnen van de ruwe, rotsige bodem. Door kreupelhout, stronken en wortels te verwijderen. Door grondig te ploegen en door zorgvuldige bodem ontginning.
Hoe moet hij zich inspannen om ons leven van rotsen en gesteenten van ongeloof te zuiveren! Wat slooft hij zich uit om alle wortels van bitterheid bij ons uit te trekken. Hij tracht ons verharde hart, evenals kleigrond die door de zon is verdroogd, om te ploegen en open te breken.Hij zelf zaait dan het kostbaar zaad van zijn Woord, dat – als het ook maar enige kans wordt gegeven om zich te ontwikkelen -, een rijke oogst van vrede en geluk zal opleveren. Hij besproeid en bevochtigt alles met de dauw en de regen van zijn eigen tegenwoordigheid door de Heilige Geest. Toegewijd cultiveert hij ons leven en kijkt verlangend uit naar het resultaat, namelijk, dat ons leven en rijk, groen en productief wordt.

En hij zegende Jozef en zeide: God, voor wiens aangezicht mijn vaderen Abraham en Isaak gewandeld hebben; God, die mij als herder geleid heeft, mijn leven lang tot op deze dag; (Genesis 48:15)

Een gedachte over “Opperherder Jesjoea en zijn schapen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.