JHWH Echad

Messiasbelijdend Jodendom, ons geloof?

Maar dit erken ik voor u, dat ik naar die weg, die zij een sekte noemen, inderdaad de God der vaderen vereer, gelovende al hetgeen in de Torah en in de profeten geschreven staat.’ (Hand: 24:14)

Auteur: Chr. Levi Zoutendijk

Inleiding: Geloof in Jesjoea en geloof van Jesjoea

Voor de eerste Messiasbelijdende gemeente was het geloof in Jesjoea (‘Jezus’) niet alleen de erkentenis van zijn Messiasschap. De gemeente had namelijk ook  het geloof ván Jesjoea, namelijk het (niet-traditionele) Messiaanse of Messiasbelijdende Jodendom.

Het erkennen van Jezus als Messias lijkt haast een godsdienst op zich in christelijke gemeenten. Maar een godsdienst bestaat uit geloof én een levensleer – hoe God te dienen binnen een Verbond.

In de Bijbel wordt daarom ook vaak het woord ‘geloof’ voor godsdienst gebruikt. Ons geloof – onze godsdienst kan niet zonder een dienst aan de Ene God.

Een naam voor ons geloof is daarom ook van belang – als een teken, die nodig is als wij ergens betekenis aan willen verlenen (Ps. 74,4).

Er werd géén nieuwe godsdienst gesticht met Jesjoea, maar het Jodendom werd van binnenuit hernieuwd, vervuld – door Jesjoea.
Hij kwam immers niet om te ontbinden, maar om te vervullen.

Jesjoea vernieuwde met Juda en Israël het Verbond (Jer 31:31-33), in zijn eigen bloed. Het is derhalve niet een nieuw verbond, maar een vernieuwd verbond.

Het Jodendom verwacht natuurlijk ook een Messias – en is daarmee Messiaans van aard -, alleen belijdt het niet dat het reeds gekomen is. Het Jodendom brengt wel het hernieuwde verbond voort: daarom worden Joden ook gered uit het geloof (en onbesnedenen door het geloof) (Rom. 3:30).

Wij dienen Jesjoea als Koning, Heer en Meester (Rabbi), maar daarbij volgen we ook de Leer die Hij voorschreef en uitlegde: De Tora! Hij vernieuwde vooral het gebod hoe de naaste liefde te hebben (Joh. 13:34), maar wees telkens op de blijvende geldigheid  van de Tora, net als in Handeleningen en bijvoorbeeld Galaten.

Als de basis van onze dienst aan God (onze godsdienst) de Tora van Mozes is, kunnen wij wel zeggen dat onze godsdienst het (M.B.) Jodendom is. Het is de juiste term, wanneer we het Jodendom definiëren als 1) het nakomen van de Mozaïsche leer (Torah), zoals ook algemeen is en 2) deel uitmaken van het verbondsvolk. De Bijbel zelf gebruikt de term ook zo.

De connotatie bij term Jodendom ligt helaas al snel bij de ongezoute kritiek die Jesjoea leverde op sommige Bijbeleraren in zijn tijd. Maar toch: de term is passend en op zich neutraal.

De geleerde Flusser zei dan ook in Stellingen over Jodendom en christendom in heden en verleden’:
6. Het feit dat Jesjoea zich als Jood niet keerde tegen het Jodendom, en dat Joden hem niet ter dood hebben gebracht, was al vroeg onverdraaglijk voor die kringen die een zelfbevestiging van het christendom nastreefden door zich af te zetten tegen het Jodendom. Een eerste symptoom daarvan herkennen wij reeds in de syn. evangeliën, in kleine maar talrijke veranderingen waarin de tegenstelling tussen Jesjoea en de Joden en de Joodse schuld aan Jesjoea’s dood wordt aangedikt.
56. Christendom en Jodendom zijn in feite één geloof.
59. Geheel tegen zijn bedoelingen in werd Jesjoea de oorzaak tot het schisma tussen Joden en Christenen. De hoop der Christenheid ligt in een nadrukkelijke aandacht voor Jesjoea eigen boodschap. Dan zal Jesjoea, de Jood, Joden en Christenen niet langer verdelen, maar verenigen.

1. Voortzetting van het Jodendom

De Messiasbelijdende gemeente onder leiding van de apostelen nam, misschien verbaast het u, geen nieuwe naam aan. Termen als ‘de Weg’ (Haderrech, Ha 9:2), ‘sekte der Nazoreeën’ en ‘Christenen’ werden niet als de vaste naamsaanduiding voor de gemeente gebruikt of als (spot)naam opgelegd, zoals we later zien. In het boek Handelingen zijn veel feiten over deze onze godsdienst te vinden. Zo benoemt Sha’ul (Paulus) het Jodendom nog steeds als zijn godsdienst: ·

‘Mijn leven dan van jongsaf, dat ik van den beginne aan geleid heb onder mijn volk en te Jeruzalem, kennen alle Joden, daar zij sedert lange tijd van mij weten, indien zij het slechts willen getuigen, dat ik naar de meest nauwgezette partij van onze godsdienst, als Farizeeër, geleefd heb’. (Hand. 26:5).

Al ben ik van mening dat Saul geen Farizeeër meer is op dit punt, blijkt hieruit dat hij het Jodendom nog steeds als zijn godsdienst ziet, al is hij nu Messiasbelijdend. Hij noemt het namelijk onze godsdienst. Een Jood blijft na erkentenis van Jesjoea HaMashiach niet alleen Jood, maar hij blijft ook bij zijn eigen godsdienst.  Een niet-Jood wordt door het geloof in Messias Israëliet en één volk met deze Messiasbelijdende Jood; met eenzelfde Tora en godsdienst.

Om nog bij Saul te blijven: het lijkt erop of dat hij afstand van het Jodendom doet in Galaten 1:13: ‘Want gij hebt gehoord van mijn vroegere wandel in het Jodendom: ik heb de gemeente Gods bovenmate vervolgd en getracht haar uit te roeien, en in het Jodendom heb ik het verder gebracht dan vele van [mijn] tijdgenoten onder mijn volk, als hartstochtelijk ijveraar voor mijn voorvaderlijke overleveringen.’ (Galaten 1:13-14). Men zou kunnen denken dat hij hier toch afstand neemt van het Jodendom. Maar hij zegt alleen dat hij niet meer als Farizeeër (traditioneel Jodendom met voorvaderlijke overleveringen, niet inherent aan Jodendom) deel uitmaakt van het Jodendom. In het Jodendom is altijd al ruimte geweest voor verschillende interpretaties/sektes (neutraal) en de Farizeeërs waren daar één van. Dat hij niet meer tot deze sekte behoorde, betekent niet dat hij niet meer tot het Jodendom behoorde.

Uit de twee bovenstaande verzen blijkt naar mijn mening dat Saul zich niet meer als Farizeeër beschouwde. In beide verzen spreekt hij in de verleden tijd. In Hand. 23:6 zegt hij weliswaar: ‘Mannen broeders, ik ben een Farizeeër, een zoon van Farizeeën, ik sta terecht om de hoop en de opstanding der doden’, maar hij neemt hier enkel een Farizees standpunt over een leerstelling in, om zijn hachje te kunnen redden.
Hier dient wel te worden opgemerkt dat het huidige Jodendom voor een groot deel is voortgekomen uit het Farizeïsme. Misschien denkt u dat dit tegen het gebruik van de term Jodendom als onze godsdienst pleit. Maar het Farizeïsme, ondanks zijn uitwassen, was de meest menslievende stroming in Jesjoea tijd. Jesjoea zei ook tegen een Farizeeër bij een discussie over het zwaarste gebod: ‘ Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods’ (Mt. 22:37b). En de Farizese Rabbi Gamaliël nam het ook voor de gemeente op in Handelingen.
Het traditionele Jodendom van nu is dus goeddeels uitgekomen uit het Farizeïsme. Omdat het de Torah als basis heeft kunnen wij ons de term Jodendom met hen delen, ondanks verschillen in opvattingen, wat deels ook door een verblinding door God komt.

Wij zien dus dat het geloof in Jesjoea geen nieuwe godsdienst brengt, maar het Jodendom voortzet. We zullen nu de naamgeving van de eerste gemeente bekijken. Later zullen we onder andere onderzoeken wanneer Jesjoea zinspeelde op een vernieuwing van het verbond, en waar hij leert dat oudsten noodzakelijke leefregels mogen opstellen – zoals Paulus ook doet -, als men daarmee de Tora als basis houdt.

2. Naamgeving van de gemeente in Handelingen

Saul gebruikte de naam van de sekte der Nazoreeërs niet. Wel leert het gebruik van de term dat de leiders van het Jodendom de nieuwe leer als deel van het Jodendom zagen (!); de term sekte had zoals gezegd in die tijd nog geen negatieve lading, maar betekende eenvoudigweg een onderdeel van het Jodendom. Het werd dus als onderdeel van het Jodendom gezien. De gemeente hield immers ook de Tora (Ha. 21:20)!!

We zien ook in Handelingen dat er synagogen waren waar Messiasbelijdende Joden een tijd welkom waren. Maar deze groep van aanhangers van de Messias had zoveel navolging, dat ze vervolgd werden. Er was een nieuwe leer (geen godsdienst) gekomen: ‘Wij hebben u nadrukkelijk verboden in deze naam te leren; en zie, gij hebt Jeruzalem vervuld met uw leer..’ (Handelingen 5:28).

Sekte der Nazoreeërs

Toch werd de naam van de sekte der Nazoreeërs aan hen werd gegéven en deze maakt alleen duidelijk dat men in de Messias geloofde die uit Nazareth kwam. Misschien was het wel een spotnaam, omdat de stad en regio slecht bekend stond en de Messias volgens veel geleerden helemaal niet uit Nazareth, maar uit Bethlehem moest komen. Als term voor onze godsdienst volstaat het in elk geval niet, omdat het woord sekte ook al aangeeft dat het niet de kern van een godsdienst is.

De Weg

Maar de term ‘De Weg’ wordt ook meermaals als naam van de Messiasbelijdende gemeente aangeduid in het boek Handelingen. Daar lijkt het tenminste op in de Schrift: ‘En omstreeks dat tijdstip ontstond er geen geringe opschudding inzake de weg’ (Hand. 19:23, NBG). De Weg wijst hier natuurlijk op de persoon Jesjoea, die de ‘Weg, de Waarheid en het Leven is’. En verder is ‘weg’ (hodos) een technische term voor `de manier van denken, voelen en actie die voorgeschreven en goedgekeurd wordt door God’ (Strongs G 3598). Dit blijkt onder andere uit het volgende vers:‘Maar dit erken ik voor u, dat ik naar die weg, die zij een sekte noemen, inderdaad de God der vaderen vereer, gelovende al hetgeen in de wet en in de profeten geschreven staat’ (Hand: 24:14). In oudere vertalingen staat ook vrijwel nooit ‘weg’ met een hoofdletter geschreven, als (officiële) titel van een geloofsbeweging.

Christenen

En ook de term ‘christenen’ is niet goed bruikbaar, al was het al om de vele wandaden die in deze naam is gepleegd.. We moeten namelijk ook rekening houden met wat de Jood (en Griek) vindt en denkt, zij het zonder op ons geloof in te leveren. Maar de term ‘christen’ kunnen we laten vallen als officiële naam omdat hij ook slechts gegeven werd aan de gemeente: ‘En het geschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden en dat de discipelen het eerst te Antiochië christenen genoemd werden’ (Hand. 11:26).

Toch gebruikte ook Petrus deze naam wel: Indien hij echter als Christen lijdt, dan schame hij zich niet, maar verheerlijke God onder die naam’ (1Pe 4:16). Hij is dus wel bruikbaar als aanduiding van ons geloof, we zijn immers volgelingen van Jesjoea, maar niet als aanduiding van onze godsdienst! Zoals eerder besproken gaat het niet alleen in wie je gelooft, maar ook waaraan je gelooft. Jesjoea is geen leer op zich, al is hij de belichaming van de Torah, Gods Woord vleesgeworden.
Omdat er geen nieuwe naam wordt gegeven of een nieuwe godsdienst wordt gesticht, horen wij de term Jodendom in onze naamgeving te hanteren.

3. Aanvaarding van de term ´Jodendom´

Ik heb al aangetoond dat de Messiasbelijdende gemeente wortelt in het Jodendom. En nu is aangetoond dat de termen uit Handelingen niet passen om de godsdienst aan te duiden, meen ik dat we de term Messiasbelijdend Jodendom met dankbaarheid en vreugde kunnen aanvaarden.

Ik schreef al dat de gangbare betekenis van ‘Jodendom’ strookt met de denkbeelden van de Bijbel. De Van Dale ziet namelijk het Jodendom als 1. Het Joodse volk, alle Israëlieten en 2. De Mozaïsche leer. Dit komt goed overeen met wat de Bijbel eronder verstaat! We zijn aan het verbondsvolk Israël toegevoegd (Ef. 2), en wij houden de leer van Mozes!

Dit sluit ook aan bij Longton’s definitie van Jodendom: ‘Het Jodendom verkondigt het bestaan van een enige en transcendente God die door de bemiddeling van Mozes een verbond heeft gesloten met Israël en het zijn bescherming heeft beloofd in ruil voor het onderhouden van de Wet (Torah). Op het einde van de tijden zal God de Messias zenden, die door de profeten is aangekondigd, om Israëls koningschap te herstellen’(Uit Abraham geboren).  Wij belijden dat Messias al kwam: Messiasbelijdend Jodendom. Ook belijden wij dat de Torah nog steeds gehouden kan en moet worden.

Om de term Jodendom te gebruiken, zullen nog wat hordes genomen moeten worden. Ten eerste roept het de vraag op of wij die tot het Verbondsvolk Israël zijn gaan behoren, onze godsdienst wel kunnen noemen naar één stam. Maar zoals Efraïm een verzamelnaam was voor de stam Efraïm en andere stammen, zo is Juda tegenwoordig een verzamelnaam voor heel Israël. Omdat de Joden de Torah altijd bewaarden en zijvoor heel Israël staan, kunnen wij de term Jodendom gebruiken.

Ten tweede is de term ‘Joden’ en ‘Jodendom’ erg in diskrediet geraakt, niet alleen door de huidige valse nieuwsberichten, maar ook en vooral vanaf door de vervangingsleer. Daardoor denkt men onder ander dat het Jodendom wettisch zou zijn, maar zo was de Leer nooit bedoeld. Zo stelt P. Lapide dat de Joden de pleitbezorgers zijn van de ‘zuivere genade’. Daarom zou ik deze termen die zelfs in de Bijbel zijn verdraait in ere willen herstellen. Overigens, een voorbeeld van foute vertaling is bijvoorbeeld: ‘En daarna trok Jesjoea rond in Galilea; want Hij wilde Zich in Judea niet ophouden, omdat de Joden Hem trachtten te doden’. (Johannes 7:1). ‘De Joden’ moet hier Judeeërs betekenen: in Judea bevond zich de geestelijke gevestigde orde.  Hier duidt de term dus alleen op de (verkeerde) Judeese religieuze leiders, die Jesjoea vervolgden. De vertaling besmeurt de naam van Godlovers op een weerzinwekkende manier. Zo spreekt overigens ook Jochanan ook over de Judeese (geen Joodse) Feesten, omdat de Feesten die hij beschrijft opgangfeesten naar Jeruzalem in Judea waren. Laten we bij het uitspreken van de term Joden geen antisemitische gedachten herbergen en zo de term (her)waarderen!

Ten derde roept de term Jodendom de vraag op of heidenen die door Jesjoea tot het Messiasbelijdend Jodendom gaan behoren een Jood of Jodengenoot genoemd kunnen worden. Ik meen dat de juiste term voor hen toegevoegd Israëliet is.

De Nederlandse taal biedt ook een alternatief: een jood (met kleine letter) is de aanhanger van het (Messiaans) Jodendom. Zo zou men zich ook jood kunnen noemen. Men zou zich niet Jood (met een hoofdletter), moeten noemen als men geen Jood naar het vlees is.

De status van een vreemdeling wordt in de Torah beschreven: ‘Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft’ (Leviticus 19:34). Gelovigen uit de heidenen zijn geen vreemdelingen meer, maar één in Messias. Voor een vreemdeling gold ook de Torah, hoeveel te meer voor hen die Israëliet werden! Dat is de plaats van de nieuw gelovige! Een Israëliet en een Messiaanse jood wat betreft geloofsstroming, binnen het Messiaans Jodendom.

Nu, wij weten dat wij zijn toegevoegd tot het Verbondsvolk, net als Ruth zeggen we: Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God (Ruth 1:16). Nogmaals: Efeze 2:12 zegt dat wij het burgerrecht Israëls ontvangen hebben. Het Grieks heeft politeia, dat slaat op het voorrecht de Torah te mogen onderhouden, Jodendom dus.

Dat er geen onderscheid meer is tussen Jood en Griek, betekent niet dat het Jodendom is vervaagd en niet meer bestaat.  De Bijbel waarschuwt: ‘Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen, beroem u dan niet tegen de takken!

Indien gij u ertegen beroemt; niet gij draagt de wortel, maar de wortel u’ (Romeinen 11:17-18). 

4. Wenken van Jesjoea – Nieuwe wijn in vernieuwde zakken

Als de Torah dan nog geldt, maar wel bezien in het licht van Jesjoea, dus opnieuw geïnterpreteerd, dan moet Jesjoea ons hier toch op hebben gewezen en voorbereid. Hij zei dit al in Mt 5:17, waar hij zegt dat de Tora zou worden vervuld door hebben – uitgelegd en uitgeleefd.

Verder deed hij dit ook op verschillende manieren. Zei hij niet over de verandering van leer: ‘..maar men doet jonge wijn in nieuwe (vernieuwde) zakken en beide blijven samen behouden.’ (Mt. 9:17c)? De nieuwe leer moet passen bij de oude en andersom; zo worden beide behouden.

We stelden al vast dat we God niet alleen kunnen dienen met ons geloof in Jesjoea, maar dat wij hier een leidraad voor nodig hebben. Dit vers maakt dit onder andere duidelijk: ‘Als gij dit de broeders voorhoudt, zult gij een goed dienaar van Messias Jesjoea zijn, wèl onderlegd in de woorden des geloofs en der goede leer, die gij gevolgd zijt’ (1 Tim. 4:6). Ook zegt Op. 14:12: ‘Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden Gods en het geloof in Jesjoea bewaren’.

De heer Jesjoea gebruikt de vergelijking met gekrompen lap stof voor een oude jas en de nieuwe wijn in vernieuwde zakken om de verandering in leer voor de gemeente uit te leggen (Mt. 9:15-17): ‘Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem en vroegen: Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw discipelen niet? Jesjoea  zeide tot hen: Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vasten. En niemand zet een niet-gekrompen lap op een oud kledingstuk; want de ingezette lap scheurt iets af van het kledingstuk en de scheur wordt erger. Ook doet men jonge wijn niet in oude zakken; anders barsten de zakken en de wijn loopt weg en de zakken gaan verloren; maar men doet jonge wijn in nieuwe zakken en beide blijven samen behouden.’

Hij legde uit dat men zou moeten vasten na zijn dood; dat de leer zou veranderen. Wij vasten (verootmoedigen, treuren), maar verblijden ons toch. De Torah bracht leven en het Venieuwde Verbond eeuwig leven, maar toch brengen beide verdrukkingen mee.

Wijn wordt ook in het Joods gebedenboek genoemd bij de uitspraken van de vaderen, die elke sabbat werden/worden voorgelezen. Zo zegt Pirke avot 26b: ‘Maar iemand die van ouderen leert, waar lijkt die op? Op iemand die rijpe druiven eet en oude wijn drinkt’. Ook in de Bijbel zelf wordt wijn soms als metafoor voor leer gebruikt, zoals in Jes. 1:22.

De nieuwe wijn van Jesjoea interpretatie van de Torah moet in vernieuwde zakken (het vernieuwde Jodendom) komen. Maar eerst moet nog het Messiaans geloof (Jesjoea’s interpretatie) gekrompen/aangepast worden aan de oude jas, het Jodendom. De basis blijft dus het Jodendom! Zo zegt Messias ook: ‘En niemand, die oude gedronken heeft, wil jonge, want hij zegt: De oude is voortreffelijk’(Lc. 5:39).

Christendom is in feite nieuwe wijn in een geheel nieuwe kruik, zonder het etiket ‘Jodendom’, en dit is niet ‘kosjer’. We moeten van harte gehoorzaam zijn aan die wijze van onderricht, die ons overgeleverd is (Rom. 6:17) en opnieuw ons Messiaans geloof aan de Torah aanpassen en vice versa.

Veel Tora-geleerden haalden de ‘sleutel der kennis’ weg (Lc 11:52) en brachten niet de ware Tora. Ook in Messias is de Tora  nog steeds hetgeen waar het op aankomt bij het dienen van God.

Ook zei hij: ‘Daarom is iedere Schriftgeleerde, die een discipel geworden is van het Koninkrijk der hemelen, gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen te voorschijn brengt’ (Mt. 13:52). Er worden zowel schatten uit de Tenach als uit Jesjoea’s interpretatie van de Leer gehaald. Maar het vernieuwde kan niet zonder het Fundament.

5. Nieuwe halacha?

Nu blijkt dat de Torah nog geldt (lees ook onderstaande artikelen) moet deze soms opnieuw geïnterpreteerd worden. Ook dit gebood Messias, toen hij in Mt. 18:15-20 sprak over Petrus’ sleutels:

‘Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen. Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen. Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa. (…) Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel.’

Hij zegt in deze passage dat wanneer er onenigheid is in de gemeente, de leiders een beslissing moeten maken (binden-bindend verklaren), waarbij Jesjoea als het ware zijn instemming van te voren aan geeft. Deze beslissing moet op basis van de Torah en het Messiaans geloof gebeuren. Dit kan met recht een nieuwe halacha, of levenswandel worden genoemd. De Torah biedt hier altijd de blauwdruk en richtlijn voor. (Peter Steffens schreef hier ook over.)

Dit is helaas moeilijk te bevatten voor Grieks denkende leraren. Die stellen vaak dat (het burgerlijke deel van) de Torah wel geldt voor ons, maar omdat het moeilijk te interpreteren is, begint hij er maar niet aan. Een Jood zou volgens mij vaak eerder, uit liefde voor God, Adonai dienen zo goed als hij kan, dus ondanks de uitdagingen die een interpretatie vergt.

Men moet hierbij wel oppassen (niet opnieuw) dogma’s te bouwen rondom de Torah, die verstikkend zouden kunnen zijn. Maar aangezien de Torah is bedoeld voor alle volkeren – en straks zal gelden voor alle volken – , moet dit mogelijk zijn. Voor het houden van sabbat op de Noordpool is ook wel wat te verzinnen (!) Maar uit liefde dienen wij Hem op de Hem welgevallige wijze.

De apostol Sh’aul (Paulus) deed dit wel: hij geeft aan wanneer hij zijn eigen mening geeft, maar meestal is het een ‘bevel van de Heer’, waarbij zijn richtlijnen gebaseerd worden op de Torah. Komt u dit bekend voor? Evangeliepredikers bijvoorbeeld worden vergeleken met ossen… zij zouden volgens hem vrijgesteld moeten zijn van arbeid, om het woord te bedienen. Hij schrijft:

‘Want in de wet van Mozes staat geschreven: Gij zult een dorsende os niet muilbanden. Bemoeit God zich Zich soms met de ossen? Of zegt Hij dit in elk geval om onzentwil? Ja, om onzentwil werd het geschreven,… Zo heeft de Here ook voor de verkondigers van het evangelie de regel gesteld, dat zij van het evangelie leven’(1 Corinthe 9:9-10,14).

De Torah is volmaakt, dus kan dit levende en scherpe zwaard elke situatie in principe beslechten!
Enkele andere voorbeelden zij: de weduwetoeslag, het eten van vlees dat aan de afgoden is geofferd, de omgang met afvalligen, de invulling van de sabbatdienst, etc. (zie o.a. 1Kor).

Het Messiaans Jodendom is nog steeds springlevend en het wordt aangevuld met de vergaande (en enige juiste) interpretatie van Messias Jesjoea en zijn gebod tot broederliefde en nieuwe interpretaties. Dit brengt ons bij deze belijdenis:

Wij vormen mede de gemeente van Jesjoea, toegevoegd aan het verbondsvolk Israël, Vader JHWH dienende met het Messiaans Jodendom als Onderwijs / Richtsnoer zoals de Messias die interpreteerde en verder wordt geïnterpreteerd door de apostelen en onze oudsten.

Lees verder:

8 gedachten over “Messiasbelijdend Jodendom, ons geloof?”

  1. Aanvankelijk en in het begin, zo’n 22 jaar geleden leek het erop dat wij die de shabbat in huiselijke kring ontdekt hadden, op konden gaan in het het overwegend messiaans joodse denken,maar Abba YHWH had voor ons een andere weg en Hij leerde ons andere termen, die mijns inziens meer richting Yeshua gaan en minder richting mensen.
    Het kostte tijd, dat wel,maar heden ten dage is het Nazareens Israelitisch(om het een naam te geven) erfgoed meer overzee bekend dan hier in ons landje.
    Boeken zoals die van Batya en Angus Wootten en het zakboekje van Lew White over de versteende gewoonten, brachten ruim zicht.We ontdekten dat Abba bij Zijn Naam genoemd wil worden, dat Hij met huis van Efraïm een bijzondere en grotendeels nog verborgen roeping heeft.Dat Hij straks het huis van Efraïm die gelijk is aan het huis van Juda straks tesamen laat opgaan. Het voormalig Lo-Ammikrijgt haar identiteit,reoping en bestemming terug als dit huis zich naar de Vader omkeert.
    We hoeven geen joodse gebruiken te doen, die niet in het Woord opgetekend staan om bij Abba YHWH te horen.
    Heel belangrijk is het om te gaan weten, dat alleen YHWH’s instructies van belang zijn. daar hebben we Zijn Ruach HaKodesh voor nodig,zoals dat oa in psalm 25 beschreven staat.Hij zal ons alles leren, maar ons ook onderscheidingsvermogen geven wat we wel en wat we juist niet moeten aanhouden.
    Er zijn vele gebruiken die Abba YHWH juist niet behagen.Achtergrondinfo is daarbij heel belangrijk en de moed om het te willen afleggen. Marge nemen is blijven steken, maar de tijd om te onderzoeken mag.
    Wij hoeven niet van Juda te leren, het Woord is Yeshua en Juda is het deels blijven doen. Daar zijn ook veel menselijke invullingen bij gekomen en het is van belang om dat te onderscheiden. Wij hoeven niet op Juda te gaan lijken….Abba YHWH moet hierin veel meer eer krijgen….
    Het Lo-Ammi zal een taak gaan krijgen om Juda terug te doen keren naar Yeshua,precies zoals YHWH’s Woord zegt en niet andersom.
    Teruggaan naar de Vader en alleen Zijn geschreven instructies doen werkt beslist geen hoogmoed uit,zoals men vaak denkt. De weg is te nauw en te eenzaam om hoogmoed en beter weten vast te kunnen houden. Neen, het is veelmeer een weg van voorbede omdat YHWHs geschreven woorden veel te vaak ingevuld worden door goedbedoelde leringen die toch niet YHWH’s wil weerspiegelen.
    Veel sterkte met het verspreiden van YHWH’s eigen woorden ipv menselijk joodse en menselijk christelijke toevoegingen.
    Shabbat shalom,

    Hadassah

  2. Ja,uuuhhh tja halaga de parasja van vorige week liet duidelijk zien dat veel van de stammen van Israel helmaal geen Joodse moeder hadden,maar zonen waren van??/Slavinnen!!

  3. Zelf noemde ik me reeds Messiaans Joods, omdat dit dichter bij mijn denkwijze past,.alhoewel nog niet in het openbaar; dit vanwege dat Christenen geen onderscheidt blijken te kunnen maken tussen het Joods zijnde zonder Yeshuâ , en het Messiaans Joods met Yeshuä,

    Shalom Mia

    1. Ja, maar Messiaans Jood lijkt weer te zeggen dat je Joods bent, en na alle vervangingstheologie is dat niet gewenst, meen ik.
      Dat heb je ook wel een beetje met de term ‘M. Jodendom’, maar toch zeg je daarmee méér dat je bij hen gekomen bent, en die Leer hebt omarmt.
      Jodendom duidt ook op het volk, en daarbij zijn wij toegevoegd.
      Het is jammer dat gelovigen gelijk denken dat je trad.-Joods wordt, maar de waarheid is toch het belangrijkste in dezen. – Bedankt voor je reactie, Mia.

      1. Levi

        Een goede opmerking van jou, want dat kan het verschil gaan maken
        Messiaans Joods of Messiaans Jodendom, zover had ik er nog niet over nagedacht, voor zover we zelf geen Jood zijn, maar ge’Enten.

        Mia

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Yeshua de Messias is de belichaming van de Torah