MessiaNieuws: Van homo tot Hebreeër

MessiaNieuws kwam met een ingezonden levensverhaal van een homoseksuele jongeman. Ook hij kwam tot het besef dat de Tora nog ‘rechtskrachtig’ is en trok hieruit zijn conclusies…
(MessiaNieuws is een initiatief van Vincent Lengkeek).

  • Lees en bekijk een soortgelijk verhaal: 1 / 2.

Overgenomen stuk van MessiaNieuws:

Toen ik er jaren geleden achterkwam dat ik op jongens viel, stond mijn wereld op zijn kop. Ik, een christelijke jongen, die geen interesse heeft in het vrouwelijke geslacht. Hoe moet ik daar ooit mee omgaan? Ik kende namelijk de Bijbelteksten en gemiddelde mening van christenen: ‘’je mag het wel zijn, maar er niks mee doen’’. Nou, lekker dan, ik heb er zelf niet voor gekozen homo te zijn en dan moet ik ook nog eens heel mijn leven alleen blijven?

Zoals ik net al noemde ken ik de teksten uit de Bijbel die over homoseksualiteit gaan (Leviticus 18:22 en Leviticus 20:13). Maar goed, die wetten zijn aan Israël gegeven, die gelden toch niet voor mij? Ik val toch onder het nieuwe verbond, het verbond van de liefdevolle God die het beste met je voor heeft? In die tijd ging ik op zoek naar wie God werkelijk is. Ik kwam erachter dat Hij van de mensheid houdt […]. Wat een heerlijke belofte, wat een genade. Maar, waarom maakt men zich dan zo druk om die teksten uit Leviticus?

Ik ben van nature erg nieuwsgierig en neem niet zomaar genoegen met een bepaalde tekstuitleg. Zo heb ik lange tijd verscheidene visies bestudeerd rond homoseksualiteit en christen-zijn. Ik kwam er zelfs achter dat ook het Nieuwe Testament over homoseksualiteit spreekt. Die gedeelten kon ik echter wel relativeren, omdat die over heteromannen gaan die bewust het natuurlijke geslachtsverkeer inruilen voor het tegennatuurlijke.

Zoals elke puberjongen had ik ook behoefte aan intimiteit en toen ik een relatie met een jongen kreeg kon ik mijn geluk niet op. ‘Zie je wel’, dacht ik bij mijzelf, ‘God houdt van mij, Hij heeft mijn leven in Zijn hand en wil niet dat ik ongelukkig ben. Daarom heeft Hij mij nu in contact gebracht met een andere christelijke homo’. Een periode ging voorbij en de relatie kwam tot een einde. Alles liep verder op rolletjes en ik had een mooi theologisch frame gecreëerd waarin ik voor mijzelf een homoseksuele relatie kon verantwoorden. Ik ging druk op zoek naar een nieuwe partner. Nadat ik een tijdje met een nieuwe jongen had gedate, ging ik in de zomer evangeliseren in Gent. Wat een prachtige ervaring was dat: mensen vertellen over het goede nieuws, maar ook Bijbelstudies doen met als onderwerp bekering. Tot op dat moment dacht ik altijd dat het goed zat met mij, ik was namelijk als kind gedoopt. In die week werden mijn ogen geopend; ik ging inzien dat het hele Nieuwe Testament in het teken staat van Gods Koninkrijk. Jezus windt er geen doekjes om als Hij zegt dat wij ons moeten bekeren om het Koninkrijk binnen te gaan. Het vereist een actieve daad. Ik zag in dat ik mijn oude leven moest afleggen en in vertrouwen een nieuw leven met Hem mag beginnen. Het liet mij niet los en ik ben in die tijd erg veel Bijbel gaan lezen.

Vanaf dat moment begon mijn bekeringsproces, met als startpunt dat ik mij afgelopen zomer liet dopen. Ik begon mij toen af te vragen hoe ik mij moest bekeren. Bekeren betekent namelijk ‘omkeren naar God’. Wat moet ik dan als richtsnoer nemen om naar te leven? Allereerst leken de 10 Geboden mij een mooi uitgangspunt! Maar daar begon het eerste probleem al. Het vierde gebod schrijft expliciet voor de zevende dag, de sabbat, te heiligen. Maar hoe kan ik dat ooit doen als mijn kerkdiensten op zondag zijn? Ik herinnerde mij de catechisatielessen waarin dit onderwerp ter sprake kwam. De dominee legde mooi uit dat Jezus op zondag verrees en dat christenen daarom de eerste dag van de week als rustdag houden. Nou, prima toch? Geen haan die er naar kraait. Als de dominee zegt dat het verantwoord is om een gewone werkdag om te vormen tot de dag van God dan neem ik dat natuurlijk aan. Toch zat het mij niet helemaal lekker. Als men zo strikt vasthoudt aan de regel dat
een man slechts met een vrouw mag trouwen, dan zou dat toch ook wel iets ruimer geïnterpreteerd mogen worden? We leven immers in een gebroken wereld. Waarom kan een man niet met een man trouwen, of een vrouw met een vrouw? Toen besefte ik mij ook dat de 10 geboden aan Israël zijn gegeven. Waarom zou ik mij daar eigenlijk aan houden? Met die gedachte kwam ook het besef dat het Nieuwe Verbond, waar ik deel aan heb, ook gesloten is met Israël. Het duizelde mij voor de ogen. Alle geboden en verbonden zijn met Israël gesloten. Waar blijf ik dan, als ‘gelovige uit de volken’? Ik snapte het niet meer.

Ik ging terug naar de belangrijkste bron van mijn, en het, leven: de Bijbel. Ik kwam bij 1 Korintiërs 5:1 terecht. Hè, wat staat hier eigenlijk? Een geval van ontucht dat zelfs bij de heidenen niet voorkomt? Paulus veroordeelt deze daad, maar op grond waarvan? De wet geldt toch niet meer? We zijn toch vrijgekocht door Jezus? Ik kwam tot de conclusie dat de zonde waar Paulus over schrijft direct gebaseerd is op Leviticus. Samenleven met de vrouw van je vader (en alles wat daaruit voortvloeit…) staat in hetzelfde rijtje als gemeenschap hebben met een dier. Tot mijn schrik zag ik daar ook staan dat homoseksualiteit in dezelfde adem genoemd wordt.

In die tijd was ik net begonnen met het bezoeken van een messiaanse gemeente. Ik wilde eens kijken hoe zij omgaan met het vierde gebod. Hun theologie wekte mijn interesse en ik ben op internet Bijbelstudies gaan zoeken vanuit messiaans perspectief. Op dat moment begonnen de puzzelstukjes op hun plek te vallen. God heeft Israël uitgekozen om Zijn evangelie in de wereld te brengen. Dat ging in de eerste eeuwen prima. Alle volgelingen van Jezus waren namelijk Joods en ‘ijveraars voor de wet’ (Hand. 21). Zij brachten het evangelie aan de heidenen, die kregen als eerste basis onder andere een aantal spijswetten mee. De rest zouden ze wel leren in de synagoge(!) (Hand. 15). Allen geloofden in de Joodse Messias Yeshua. Tegenwoordig groeit de messiaanse gemeenschap gelukkig heel snel en op dit moment zijn er meer Joden die in Jezus geloven dan er ooit waren. Dat draait de rollen terecht om: wij heidenen mogen ons ‘tot burgers van Israël’ rekenen (Ef. 2), en niet andersom. Jood en ‘Griek’ samen, als één kudde met één herder (Joh. 10), God dienen. Op grond van Numeri 15:29-31 en Romeinen 11 ben ik mijn plek gaan kennen.

Ik ben gaan inzien dat Gods wetten in het Oude Testament nog steeds gelden (zie Matt. 5: 17-19) en dus ook voor bekeerde ‘heidenen’. Die wetten zijn dus het ijkpunt waartoe ik mij mag bekeren. Laat ik duidelijk zijn: God wil niet dat wij krampachtig met de wet omgaan zoals bijvoorbeeld ultra-orthodoxe Joden. Hij wil een oprecht hart, dat zich aan Zijn regels wil houden, niet meer en niet minder. Hij heeft door het Nieuwe Verbond de wet niet opgeheven en ongeldig verklaard, maar juist in ons binnenste gelegd. Toen ik dit inzag besloot ik geen relatie meer aan te gaan (waar ik de kracht van de Heilige Geest voor nodig heb). Ik wil God namelijk liefhebben boven alles, en dat doe ik door Zijn geboden in acht te nemen, en Zijn geboden zijn geen zware last (1 Joh. 5:3).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.