Jeshua, het offerlam – rijmt met Torah

1x1.trans Jeshua, het offerlam – rijmt met Torah

Auteur: Kajim Prakken

Allereerst wil ik laten zien dat Yahweh het einde vanuit het begin laat zien/verkondigt.In Jesaja 46: 9-10 staat het volgende:
Gedenkt der vorige dingen van oude tijden af, dat Ik God ben, en er is geen God meer, en er is niet gelijk Ik; Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen. Dus als Yahweh Zijn eigen zoon zou sturen als offer, dan zouden we dit in de Torah moeten kunnen vinden.

Toen sprak Izak tot Abraham, zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik, mijn zoon! En hij zeide: Zie het vuur en het hout; maar waar is het lam tot het brandoffer?

En Abraham zeide: God zal Zichzelven een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon! Zo gingen zij beiden samen.Yahweh wilde weten of Abraham een volledig vertrouwen en geloof had in Hem, zodat hij zelfs zijn eigen zoon (die door Yahweh beloofd was en niet de zoon die Abraham met Hagar kreeg) zou offeren aan Yahweh.
Toen Hij zag dat Abraham werkelijk bereid was om zijn zoon te offeren riep Hij Abraham een halt toe.

Toen zeide Hij: Strek uw hand niet uit aan den jongen, en doe hem niets! want nu weet Ik, dat gij God vrezende zijt, en uw zoon, uw enige, van Mij niet hebt onthouden.

Toen hief Abraham zijn ogen op, en zag om, en ziet, achter was een ram in de verwarde struiken vast met zijn hoornen; en Abraham ging, en nam dien ram, en offerde hem ten brandoffer in zijns zoons plaats.

De hedendaagse gelovige joden willen en kunnen niet accepteren dat Yahweh een menselijk offer kan accepteren vanwege een viertal verzen uit de TeNaCH.

Deuteronomium 12
30 Wacht u, dat gij niet verstrikt wordt achter hen, nadat zij voor uw aangezicht zullen verdelgd zijn; en dat gij niet vraagt naar hun goden, zeggende: Gelijk als deze volken hun goden gediend hebben, alzo zal ik ook doen.

31 Gij zult alzo niet doen den HEERE, uw God; want al wat den HEERE een gruwel is, dat Hij haat, hebben zij hun goden gedaan; want zij hebben ook hun zonen en hun dochteren met vuur verbrand voor hun goden.

Jeremia 19

4 Omdat zij Mij verlaten, en deze plaats vervreemd, en anderen goden daarin gerookt hebben die zij niet gekend hebben, zij, noch hun vaders, noch de koningen van Juda; en hebben deze plaats vervuld met bloed der onschuldigen.
5 Want zij hebben de hoogten van Baäl gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baäl tot brandofferen; hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen?
6 Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer zal genoemd worden het Tofeth, of dal des zoons van Hinnom, maar Moorddal.

Psalmen 106

37 Daarenboven hebben zij hun zonen en hun dochteren den duivelen geofferd.
38 En zij hebben onschuldig bloed vergoten, het bloed hunner zonen en hunner dochteren, die zij den afgoden van Kanaän hebben opgeofferd; zodat het land door deze bloedschulden is ontheiligd geworden.

Ezechiël 16

20 Verder hebt gij uw zonen en uw dochteren, die gij Mij gebaard hadt, genomen, en hebt ze denzelven geofferd om te verteren; is het wat kleins van uw hoererijen,
21 Dat gij Mijn kinderen geslacht hebt, en hebt ze overgegeven, als gij dezelve voor hen door het vuur hebt doen gaan?

Wat de gelovigen joden hier doen met deze teksten is in mijn ogen hetzelfde als de meeste christenen doen met de teksten uit het nieuwe testament die gaan over het rein verklaren van alle voedsel (Markus 7:19) en het beeld van het laken uit de Hemel met alle viervoetige dieren hierop, waar Yahweh tegen Petrus zegt ervan te slachten en te eten (Handelingen 10: 11-13) enz.

Mijn mening is dat de 4 stukken tekst die de gelovige joden vaak aanhalen om te laten zien dat Yahweh offering van mensen haat niet goed zijn geïnterpreteerd en dat zij (de gelovige joden) mede hierdoor de Messias niet kunnen aannemen.
Yahweh haat het als wij afgoden aanbidden, want Hij is Echad en Almachtig afgoden bestaan niet. (1 Korinthe 8 vers 7-6) Zij brachten menselijke offers aan hun afgoden en daar bovenop waren de offers hun zonen en dochters die niet zondevrij waren.

Yahweh haatte dit nog meer omdat men hun eigen zonen en dochters offerde, omdat ze zelf niet aansprakelijk gehouden wilden worden voor hun zonden. Geen man/vrouw is in staat om voor de zonden van een ander mens te sterven, behalve Yeshua haMasiach die als enige zonder zonden was als mens op aarde. Als Yahweh een offer wilde, dan wilde Hij een vlekkeloos offer, een offer zonder gebreken.

Leviticus 3

SV 1 En indien zijn offerande een dankoffer is; zo hij ze van de runderen offert, hetzij mannetje of wijfje, volkomen zal hij die offeren, voor het aangezicht des HEEREN.
NBG 1 Indien zijn offergave een vredeoffer is: indien hij dat brengt van rundvee, dan zal hij een gaaf dier, hetzij van het mannelijk, hetzij van het vrouwelijk geslacht, voor het aangezicht des HEREN brengen.

Om nou terug te komen op het begin van de studie, staat Yahweh een menselijk offer toe? Hij heeft nooit gezegd dat Hij geen menselijk offer zou accepteren, echter wel dat een offer aan Hem smetteloos en gezonder gebreken dient te zijn EN AAN HEM! Hij liet Abraham zien dat Hij in Zijn eigen offer zou voorzien, het Lam van Yahweh voor het lam van Abraham.
Want wat diende en wilde Abraham aan Yahweh offeren? Juist, zijn zoon en zo zou ook Yahweh Zijn zoon geven.

Op deze manier liet Abraham zien dat hij een volledig vertrouwen en geloof had in Yahweh en Yahweh beloonde hem hiervoor en zou voor alles zorgen zolang we Hem vertrouwen en geloven en Zijn geboden volgen.

Johannes 3:16

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Zoals in de bijbel Onze Vader alles laat zien/aankondigt voordat het gebeurt, laat Hij ook hier weer zien op welke manier het zal gebeuren door deze schaduw van de werkelijkheid die moeten komen en dat is YESHUA !!!

Kolossenzen 2

16 Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feestdags, of der nieuwe maan, of der sabbatten;
17 Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title="" rel=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>