Jakob, de rechtvaardige

– Jezus zag Natanael tot Zich komen en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israeliët, in wie geen bedrog is! (Joh 1:47) – Jakob de rechtvaardige is ook zonder bedrog..

Auteur: Chr. Levi Zoutendijk

In een parasha van Kees Bloed, wordt het verhaal van Ja’akov (Jakob) door de ogen van zijn moeder Rivka belicht. Zij blijkt sluw als Sha’ul (Paulus) zelf te zijn, in een positieve zin. Ik vul daarbij aan over het beeld dat van Jakob. Want lees maar mee over het naderend onheil dat de familielijn naar Messias bedreigt:

Analyse van Jakob, de rechtvaardige

“Voor de tweede keer noemt de tekst Izaks voorkeur voor Ezau die kwam doordat hij zijn wildbraad zo lekker vond. Dat is opvallend, want sinds wanneer is dat een geldige reden voor Abrahams nageslacht om überhaupt een keuze te maken? Blijkbaar vanaf het moment dat Izak niet meer in staat is om te zien. Het zien van Izak wordt hier niet alleen fysiek bedoeld, maar ook geestelijk, denk ik. Een aanwijzing hiervoor in de tekst is dat Izak aan Ezau zegt dat zijn eigen ziel hem zegenen wilde. Het is naar Izaks eigen zin en verlangen om Ezau te verkiezen. Daaruit blijkt dat hij zich ervan bewust was dat hij niet langer keek met de ogen van God, maar met eigen ogen. Rebekka daarentegen kijkt wel met Gods ogen en ziet dat Izaks plan vleselijk is. Maar ze begrijpt ook dat als hij zijn zin doorzet, JHWH’s zegen over Ezau uitgesproken zal worden, terwijl ze kan zien dat het hem niet toekomt! Daarom zegt ze tegen Jakob dat Izak Ezau ‘voor het aangezicht van JHWH’ ging zegenen. Haar ogen zien scherp en haar motief is zuiver. Hoewel haar plan volgens sommigen wat haken en ogen heeft, wordt het toch gehonoreerd door JHWH! De zegen die Izak uitspreekt is geldig en krachtig tot vandaag.”

Dit brengt dus voor velen een geheel nieuw perspectief over Rivka en over onze vader Ja’akov, die de naam Israël zou gaan dragen. Zou hij geen rechtvaardige, waarlijke Israëliet zijn? Zonder bedrog? Deze parasha, breekt net als de overigen, weer een Christelijke misvatting af, en doet ons de wonderen van de Torah zien.

Rivka zou haar zoon nooit meer zien, maar had wel de zegen op de juiste zoon helpen doen voortgaan. Ze kon nu wel aanvoelen dat Esav wraakzuchtig zou zijn. Daarom heeft ze na nadat Ja’akov uitweek, hem nooit meer teruggezien..

Nu Rivka’s onschuld al min of meer bewezen is, komt de vraag naar boven hoe het met Jakob zit. Is hij nog wel een bedrieger te noemen? Zo noemde zijn broer hem na het ‘ontstelen’ (kopje NBG) van zijn eerstgeboorterecht, en ook bij deze episode. Hebreeën zegt: ‘Laat niemand een hoereerder zijn, of onverschillig als Ezau, die voor een spijze zijn eerstgeboorterecht verkocht. Want gij weet, dat hij later, toen hij [toch] de zegen wilde erven, afgewezen werd, want toen vond hij geen plaats voor berouw, hoewel hij het onder tranen zocht” (Heb 12:16,17). Hieruit blijkt dat het incident met het eerstgeboorterecht in relatie gebracht wordt met de zegen: God had Ezau ook al afgewezen (Izak deed de mindere zegen niet bewust op Ezau komen). In feite had Jakob dus op een eerlijke manier het geboorterecht ontvangen. Maakte hij daarbij misbruik van zijn soep-slorpende broer? Wel, die broer zou zich in de eerste plaats beter moeten weten te beheersen. Er bestaan veel kernspreuken in de Bijbel waarbij God zegt dat als iemand de zegen niet waardig is, hij op een ander zal overgaan. Dus Jakob handelde in feite naar Gods wil. Het was Ezau zijn eigen keus het te verkopen. Het zal ook wel in Jakob’s achterhoofd gespeeld hebben, wat hij van zijn geliefde moeder gehoord had – dat hij, de laatste van de twee, ooit de eerste zou zijn en dus de zegen zou ontvangen.

Als dus de zegen tot Jakob kwam door het verkrijgen van het eerstgeboorterecht, en – in groter verband – omdat JHWH dit hém wilde toekennen, wie zijn wij dan om hem schuldig te verklaren? Als dit voor het ‘aangezicht van JHWH’ gebeurde!!?

Bedenk wat er gebeurd zou zijn als Esav (Izak) uit zijn ziel Ezau zegenen zou (vgl. Ps. 49,9)! Dat zou onherroepelijk zijn, en dat zou de lijn naar Messias in gevaar brengen. Hier moest tegen opgetreden worden!

Wij zijn geen rechters, alleen God is de waarlijke Rechter. Maar zelfs aardse rechters baseren zich soms op noodweer. Het was een noodzakelijk kwaad wat nu gebeuren moest. Het doel heiligt soms de middelen.

Maar nu komt Ja’akov voor zijn vader. Hij zegt nog dat hij de vloek vreest bij ontdekking, wanneer hij zijn vader ‘bedriegt’ (NBG). De NB heeft echter terecht ‘de gek met hem steken’, níet bedriegen. Jakob noemt zichzelf dus niet een bedrieger. Een bedrieger is namelijk: ‘(iemand) bedriegen door list en leugen in dwaling doen verkeren en daarvan te zijnen nadele gebruik maken, hem misleiden’. Ezau zou later zeggen dat hij ten tweede male ‘bedrogen’ is (ander woord). Hij is inderdaad misleid, en dit was ten nadele voor hem. Maar de zegen voor Ja’akov gaf was niet ten nadele van de vader, omdat de zegen hem niet direct betrok. Maar ook en temeer omdat de Geest over hem kwam wanneer hij zegende. Dit was Gods wil! Ja’akov zou de zegen beërven…

Verder inzicht

Maar het verhaal reikt nog verder. Ja’akov sputtert tegen om te moeten liegen tegen zijn eigen vader. Maar hij is zijn moeder gehoorzaam, zij durft Gods vloek te riskeren, omdat ze zo zeker is van haar zaak. Een echte Godsvrouw. Dit is voor Jitschak één van de grootste tests in zijn leven, wat geheel tegen zijn gevoel indruist. Maar toch doet de rechtvaardige dit. Hij gaat recht tegen zijn natuur in. De rechtvaardige zal liegen – Echte gehoorzaamheid.

Dit hebben we eerder gezien bij Jitschak’s grootvader, de barmhartige Abraham, die God goed kende. Hij werd ook op de proef gesteld. Abraham moest zijn eigen zoon slachten. Hij hief het mes al op – hij moest worden tegengehouden. Deze geschiedenis zou Jitschak wel in overweging genomen hebben toen hij in enkele ogenblikken beslissen moest over de vraag of hij zou liegen tegen zijn vader.

De zegen komt dus aan bij de juiste ontvanger en de lijn naar Messias is – naar de mens gesproken – weer voor een generatie verzekerd. God zijn woord is nooit ledig, en hij werkt vaak door mensen om zijn doelen te bereiken.

Even later is Jitschak meer voor rede vatbaar, als hij en Rivka hun zoon Jakob wegzenden. Hij was blijkbaar niet toornig op zijn jongste, wegens het zogenaamde ‘bedrog’. Hij zal wel ingezien hebben, dat het een juiste beslissing was geweest. Jitschak zelf was bijna geofferd door zijn eigen vader, dus zo gek was het niet dat nu zijn eigen zoon tegen hem liegen moest. Hij kende God ook, en zijn wegen. Later zien we Ja’akov zelf zijn zonen zegenen, daarbij door de Geest geleid. Hij wist wel de tijd van zijn dood en wanneer hij moest zegenen. Onze vader, omwille van wie God telkens zegt dit volk Israël te vormen, was dus zeker rechtvaardig!


Beschouwing

De Bijbel staat dus vol met verhalen over mensen die God moesten volgen op schijnbaar kronkelige wegen. Ook Abraham zei dat Sara zijn zus was, wat een halve leugen was – uit bescherming. Soms is het goed om niet al te rechtvaardig (Salomo) te zijn. Men kan dit vergelijken met Jeshua zijn boodschap om vrienden te maken met de Mammon. Soms moet in Gods naam zijn recht wat worden gebogen. Beter gezegd: Er zijn zwaardere en lichtere geboden, die aan elkaar afgewogen moeten worden. Denk aan Pinechas, die zijn eigen volksgenoot doodde, en hiervoor Gods goedkeuring kreeg.
Het is soms zo erg met ons dat wij rechtvaardigen veroordelen op basis van een gebrekkig beeld, en nog wel de naamdrager van Gods volk. Ook God zelf daalt neer op aarde bij de toren van Babel om te onderzoeken, een voorbeeld dat bij rechtspraak alle kanten zorgvuldig in beraad genomen moeten worden.

Wat we ook leren van dit stuk, is dat het van het grootste belang om het goede te geloven van anderen. Liefde hoopt het goede. Bij een verhaal als dit, zouden we Ja’akov altijd het voordeel van de twijfel moeten geven, en daarna de zaak nog eens bekijken. Dat mis ik erg in ons geloof, wat in het Jodendom, het ware geloof, veel meer naar voren komt. Joden leven daar ook meer naar. Zij benaderen elkaar altijd met respect en geloof in het goede van de ander. Hun mensbeeld is in feite beter. Hierdoor komen mensen ook meer tot bloei. Laten wij het ware geloof aanhangen!

Ik zie Jakob’s vlucht ook niet als straf. Wellicht was dit Gods manier om twaalf stammen te vormen. We moeten alles in een nieuwe licht zien, in de ogen van God, de Almachtige.

Laten wij ons denken vernieuwen over de rechtvaardige Jakob!

Nog een toevoeging uit de parasha van Kees Bloed:

Jakob
Jakob grijpt in een reflex de hiel van zijn broer als hij geboren wordt. Daarin wordt vaak een aanwijzing gezien dat Jakob een hielenlichter is. De handeling wordt in de tekst benadrukt, doordat Jakobs naam (hiel) eraan gekoppeld wordt. Dit geeft al aan dat we moeten zoeken naar een diepere betekenis van deze handeling die blijkbaar profetisch is. De interpretatie van ‘hielenlichter’ is een drasj-interpretatie waarvan er heel veel mogelijk zijn. Hier volgt de mijne: Als Ezau vanuit de baarmoeder de wereld ingetrokken is, is hij zijn broer zogezegd al vergeten en rekent niet meer met hem. Jakob komt naar buiten omdat zijn broer weg is. Hij is hem achterna gegaan, het geboortekanaal door, omdat hij zijn broer liefhad! Zó grijpt hij naar de hiel van Ezau. Niet om hem voorbij te steken, maar om hem niet kwijt te raken!
In elk geval hoeven we zijn naam niet als een negatief gegeven te beschouwen. Het feit dat Jakob eigenlijk ‘hiel’ heet, heeft een bijzondere link met de verbanning uit de Tuin van Eden. Toen Adam en Eva verbannen werden, is hen verteld dat van hun zaad de ‘hiel’ vermorzeld zou worden. En dat van het zaad van de slang de kop vermorzeld zou worden. Hier is dan een zaad van belofte met de naam hiel! Zal van hem de hiel vermorzeld worden? Zal hij een verdrukte zijn? Zal in hem deze oude profetie werkelijkheid worden? Zal in hem zichtbaar worden wat het betekent dat hij uiteindelijk de sterkste blijkt te zijn? En zal door hem het brein van de verdrukker uitgeschakeld worden

Verder lezen:

3 gedachten over “Jakob, de rechtvaardige”

  1. Mooi artikel. Toch een kleine kanttekening of toevoeging, zo je wil.
    Zeker bij de aartsvaders is het duidelijk dat hun “zonde” tot in de derde en vierde generatie doorwerkt.
    Ook bij Jacob zien we de historie met het bokje terugkomen, wanneer zijn zonen komen zeggen dat Jozef door een dier is verscheurd, terwijl ze hem verkocht hebben en het bloed van een bokje op zijn kleed hebben gewreven. De Eeuwige heeft toch ook wel àlles gezien …

    1. Een bokje dat op Jesjoea wijst, kan dat ook met een zonde uit een vorig geslacht te maken hebben. Op zich wel, maar ik geloof dus dat Jakob niet zondigde, maar door de nood gedwongen werd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Yeshua de Messias is de belichaming van de Torah