De juiste zelfopoffering

In onze ijver Messias Jesjoea in alles te volgen, volgen we soms een foute leer van zelfverloochening. Neemt een enkeling dagelijks letterlijk een groot houten kruis op zich – een dwaling die makkelijk is te doorzien -; onopzichtiger is de sluipmoordenaar die ons vertelt dat wijzelf er ‘geheel niet toe doen’ , omdat ‘ alles voor de Heer’ is. 

Wij zeggen wel: ‘ Niet meer mijn ik, maar Messias leeft in mij’ (Gal. 2:20). En dat is heel goed, maar laten we ons dan wel bedenken dat de gelovige die tot deze zelfopoffering gekomen is, eerst zelfaanvaarding en zelfliefde vond in Messias! De ware gelovige presenteert zich daarom niet als een deurmat, waar ieder overheen kan lopen, maar straalt wat van de waardigheid en assertiviteit van Messias Jesjoea uit.

Zonder deze volwassenheid in het geloof loopt de gelovige gevaar het evangelie en zichzelf als een parel voor de zwijnen te werpen, waardoor hij innerlijk verscheurd raakt, terwijl hij denkt God hiermee een dienst te bewijzen. In veel opzichten kunnen wij het evangelie zo tegenwerken en lopen wij de Almachtige in de weg.

Eeuwen van verkeerde kerkleer over zelfopoffering heeft er voor gezorgd dat veel gelovigen in Messias zich in deze tweespalt begeven. De vraag is dan: Wat is de foute en wat is de juiste wijze van zelfopoffering? Ik las het in een boek (1) zo:

Het lijden is niet mooi; de overgave van het eigen ‘ ik’ is geen doel op zichzelf. Het gaat om het leven, dat door het lijden heen ontvangen mag worden. Dus de oproep tot zelfovergave van Jesjoea is niet bedoeld om de discipelen de schrik op het lijf te jagen of om ze tot krampachtige zelfontkenning te brengen. Nee, Jesjoea heeft zijn woorden gesproken om de discipelen ermee te vertroosten. Vrees het lijden niet. Vrees de zelfovergave niet. De overwinning wacht!

Wij worden dus opgeroepen onszelf te verloochenen met het leven als doel (Lc. 9:24), niet om ons op te laten opbranden. Wanneer wij in Gods wegen wandelen, is er de sjalom van het een-zijn met God, de Vader. Zo wordt onze kracht vernieuwd nadat het wordt uitgegoten, omdat het telkens wordt bijgevuld.

206_01_0060_TopicalBkg

Binnen de Messiaanse beweging klinkt de gezonde basis van de Tora luider door, waardoor dit ‘overspannen christen-syndroom’ minder post zou moeten vatten. Men zou zich wel wel drie keer achter de oren krabben voordat men tot de weke, valse naastenliefde vervalt, dat het huidige christendom geregeld typeert, dat iedereen maar helpen wilt, doch zonder het evangelie te brengen.
Waar christenen echter teveel nadruk legt op ‘goede werken van naastenliefde’ in het algemeen, leggen Messiaanse gelovigen – wanneer zij een wortel van verkeerde zelfverloochening hebben – vaak de nadruk op het onderhouden van de geboden, zonder de Geest in die geboden te volgen. Het vervalt alles zo tot wetticisme, ultra-semitisme – en soms – afval van Messias.

Wij worden opgroepen Jesjoea na te volgen en volmaakt als de Vader te zijn (Mt. 5:48). ‘Volmaakt zijn’ betekent echter niet een onderdaan van de mensen te worden. Messias zag de mensen ook niet naar de ogen aan. Hij vermaande de mensen die van het pad afgingen, zoals wij ook zijn opgedragen dagelijks elkaar te vermanen (Hebr. 3:13).

Wij moeten áf van de valse geest die ons aanspoort op een verkeerde wijze ‘de minste te zijn’, hetgeen de harten verstikt en de Heilige Geest geen ruimte geeft.
Dit kan alleen als wij blijven bij de loutere en eenvoudige toewijding aan Messias (2 Kor. 11:3), door wie wij in geloof aangenomen zijn bij de Vader. Deze aanvaarding geeft ons de zelfliefde die ons op een gezonde wijze de naaste – en de vijand – doet liefhebben.

Aanvaarding in Messias is de basis van een gezonde naastenliefde, die de eigen grenzen bewaakt. Zo zijn wij ‘ieders knecht, maar niet niemands onderdaan’.

(1) N. van der Voet. Waarom moet ik altijd helpen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.