Besnijdenis in Messias

The Tabernacle of GodDe instelling van de besnijdenis voor gelovigen uit de volken heeft in de Apostolische Geschriften (NT) alle schijn tegen.   Waarom geldt de besnijdenis inderdaad niet meer, als toch de Tora onderhouden moet worden? Is iemand als besnedene geroepen, hij late het niet verhelpen; is iemand als onbesnedene geroepen, hij late zich niet besnijden (1 Kor 7,18). 

Mijn mening is dat je toch gehoorzaam bent aan de Tora wanneer je als Messiaans gelovige uit de volkeren je niet laat besnijden.

Waarom?

De besnijdenis is het teken van het Verbond met Abraham.
De Tora is van Mozes, met als teken de sjabbat.

We zien dit terug in Jesjoea zijn woorden: Daarom: Mozes heeft u de besnijdenis gegeven – niet, dat zij van Mozes komt, maar van de vaderen – en gij besnijdt een mens op sabbat. (Jh 7:-22)

De besnijdenis wijst op de komst van Messias en de Tora kwam erbij om die weg naar Messias recht te houden voor het volk Israël. Het een en ander verandert toch als Messias werkelijk komt..

Mozes eist wel van vreemdelingen zich te besnijden voor de Pesach, maar de besnijdenis zelf richt zich vooral op de komst van Messias, het zaad waarop de belofte sloeg.

Nu, omdat de Schriften op Jesjoea slaan, hij het dóel van de Tora is, –  ja, de belichaming van de offerdienst en deze overstijgt, want hij is zowel als een offer en de ware hogepriester, enz. -, daarom noemt Sjaoel (na jaren nieuwe Bijbelstudie) de Messias ‘het Pesachlam’.

Wat betekent dit voor ons?

Bij de aanname van Messias hebben wij al – in fysieke onbesneden staat – deel aan het ‘ware’ Pesachmaal (!), en maken wij daarmee ook gelijk deel uit van het Vernieuwde Verbondsvolk en zijn wij geen vreemdelingen meer.

Het is goed de Gezette Tijden van Abba Jahweh te onderhouden op een juiste wijze. Maar als toch tijdens de bekering tot Messias in fysiek onbesneden staat aangenomen is door het Pesachlam en toegevoegd werd tot het Verbondsvolk, zou men zich daarna dan nog laten besnijden? Daarmee zou men als het ware zeggen dat men nog een vreemdeling voor Gods volk zou zijn, die het teken van de Messiasbelofte aan Abraham van de Messias in zijn eigen vlees moet aanbrengen.

Ik vind dit onlogisch, en ik durf het tegendeel te beweren.

Waarom gelovigen uit de volkeren zich niet hoeven te besnijden, is wel een lering die in de Geschriften der Apostelen niet duidelijk wordt uitgewerkt. We zien weliswaar duidelijk beschreven dat de besnijdenis voor niet-Joden niet hoeft en afgeraden wordt, maar de diepere uitleg lijkt te ontbreken.

Wellicht werd dit geleerd als een geheimenis dat men ‘de besnijdenis in Messias’ noemde. ‘In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus. ‘ (Kol. 2:11).

202_01_0050_ChristianSymbolsBkg MenorahHet ‘onderwijs van de apostelen’, een term uit Handelingen, is iets waar we vaak nog te weinig op bedacht zijn. Hun onderwijs was baanbrekend.

Zij brachten schatten voort uit beide verbonden en verbonden deze schatten met een voor ons te navolgen wijze na.

Een voorbeeld – want Sjaoel vervult wel meer geboden uit de Tora – : de apostel zegt over het gebod voor de dorsende os dat dit geschreven is voor de vrijstelling van arbeid voor evangeliepredikers: ‘Bemoeit God Zich soms met de ossen?’, durft hij zo mooi te zeggen… (1 Kor. 9:9)

De geroepen apostel verandert hier niet de Tora en voegt er niets aan toe, maar laat zien dat het principe van dit gebod voor hogere, latere doeleinden werd gegeven. Het is precies zo met veel andere geboden in de Tora, waaronder de besnijdenis voor vreemdelingen bij het Pesach.

Nu zouden dorsende ossen nog steeds niet moeten worden gemuilband, maar de besnijdenis hoort, zoals hierboven beargumenteerd is, niet opnieuw te geschieden na toetreding tot het Vernieuwde Verbond, wanneer de Hogepriester Jesjoea ons al rechtvaardig verklaard heeft en wij toegevoegd zijn aan het Vernieuwde Verbondsvolk.

De Tora is vernieuwd door Jesjoea zijn bloed en eigenlijk hoorde Juda als een volk dit verbond met God aan te gaan, zoals het eerdere.

Toch geldt voor een Messiasbelijdende en niet-Messiasbelijdende Jood gelijk, dat hij zich dient te besnijden, tot in alle geslachten. Hierin ligt denk ik een diepere zin, dat God zich weer over hen zal ontfermen door deze belofte (en andere).

Het duiden van hoe de Tora in deze tijd gehouden moet worden is in de eerste plaats een taak voor mensen die tot een bediening geroepen zijn en zeker ook voor de oudsten; zij moeten deze leringen in de juiste context plaatsen binnen de gemeente. Geen lichte taak, die alleen met nehulp van de Geest van de Heilige uitgevoerd kan worden.

Het vers ‘waar twee of drie in mijn naam…’ gaat juist hierover, zoals we weten.

De Tora is dus meer fluïde dan we soms denken, al mag niet alles vergeestelijk worden.

Jesjoea is wat Kol. 2:16 zo mooi zegt ‘het werkelijke’, dit doet nooit afbreuk aan de Tora (‘ontbindt’), maar laat voor veel geboden wel hun werkelijke bedoeling zien (‘vervult’).Dit is ook zo – en niet in de minste mate – bij de verplichte besnijdenis voor vreemdelingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.